02-08-07

Mediacircus (02-08-07)

Ik moet er mij mentaal op voorbereiden dat ik met mijn kop weer in de spotlights ga komen binnenkort, naar aanleiding van het verschijnen van het boek. Ik dacht in al mijn naïviteit dat dat wel eens leuk zou kunnen worden - enige ijdelheid is mij niet vreemd - maar na een eerste onprettige ervaring van deze week kijk ik er al heel wat minder naar uit.

 

Vorige week belden ze me van ‘Dag Allemaal’. Niet mijn lijfblad, maar gedurende die vele uren dat ik in het ziekenhuis moest wachten en met mijn chemokop toch niet tot grootse intellectuele inspanningen in staat was, placht ik het ‘familieblad’ ook wel met smaak te verslinden. Nooit in mijn leven was ik zo goed op de hoogte van het reilen en zeilen van de Paris’-en en de Britney’s van deze wereld als in die periode. Ik heb er mij regelmatig over verwonderd hoe voor sommige mensen ‘in de boekskes staan’ blijkbaar hun ‘raison d’être’ is.

 

Enfin, ze bellen me dus met de vraag naar een interview voor het eerstvolgende nummer in verband met de verschijning van het boek.

‘Euh, het boek verschijnt maar eerst in september, dat lijkt me wat vroeg’ opper ik.

‘Ja, dat weten we’ is het antwoord, ‘maar volgende week hebben we nog een halve bladzijde vrij en eind augustus is dat minder zeker. Ik kreeg je telefoonnummer van de uitgever.’

‘Ah’.

Geen : wij zijn zo sterk geïnteresseerd in uw fantastische boek dat wij niet kunnen wachten onze lezers op de hoogte brengen. Maar wel : je bent opvulsel voor de komkommertijd, madame.

 

Inderdaad, de uitgever had me laten weten dat ze volop bezig was de commerciële machine achter het boek op gang te brengen en had me gevraagd of ze mijn telefoonnummer mocht doorgeven aan perslui… Gek dat ik er niet echt bij stilgestaan had dat ze me dan natuurlijk ook wel zouden bèllen met een  hoop vragen, of beter : wat de consequenties daarvan zouden zijn.

 

‘Vooruit dan maar’ geef ik toe, ‘Hier en nu via telefoon?’

Ja, want het moest vooruit gaan.

Ik vraag even geduld om een rustig plekje in huis op te zoeken, maar ‘t was zo’n beetje spitsuur en dat rustige plekje vond ik alleen in de badkamer alwaar ik me op de rand van het bad posteerde met onvermijdelijk uitzicht op mijn spiegel en dus mijn eigen tronie. Gek effect gaf dat, zo’n interview voor de spiegel. ’t Leek wel live. Ze stak wel haar tong uit naar mij, de spiegeljournaliste, en ze trok gekke bekken terwijl ik ernstig probeerde te blijven.

De dame van Dag Allemaal had het manuscript niet gelezen, zelfs niet de tien regels uitleg op de cover, zoveel was al snel duidelijk door de vragen die ze stelde. Maar ik was in een welwillende bui, ’t was tenslotte voor Dag Allemaal, je kan niet echt verwachten dat er dan grondig gelezen wordt, of gelezen tout court, en voorzag haar van de info die ze nodig had om de essentie van het boek te kunnen vatten in haar halve bladzijde, waarvan ik vermoedde dat de helft zowieso voor foto en titels zou zijn. Na 20 minuten waren we klaar en vroeg ik naar goede gewoonte of ze me het stukje kon doorsturen ter nalezing voor publicatie.

Dat deed ze netjes daags nadien. Eigenlijk had ik toen al nattigheid moeten voelen : ik schrok van het gebrek aan nuance in de tekst, waardoor mijn boodschap plots een heel andere betekenis scheen te krijgen. Het waren wel grotendeels mijn woorden, maar niet in die orde van prioriteiten, en niet met die kleur, niet met die bedoeling, niet met die accenten. Ik verbeterde een aantal zinsneden zodat de boodschap terug beter overeenkwam met de geest van wat ik wilde zeggen en stuurde het snel weer door.

 

’t Is altijd even spannend om dan het eindresultaat onder ogen te krijgen als het blad de week daarop in de winkel ligt. Immers : op dat moment is het kwaad geschied en weet je dat meer dan 400.000 lezers (!?!) je onherroepelijk te lezen krijgen zoals het er staat, zwart op wit. En ga dan nog maar eens uitleggen dat je ’t zo niet bedoeld had. ‘Jajaaaaaa’ hoor ik ze al in koor roepen, de Dag Allemaal-lezers, met zo’n gezicht van ‘…mè hiel Antweirpe moar ni mè mij’. Hoe kritisch is de lezer van Dag Allemaal over wat hij voorgekauwd krijgt? Is het ‘waar’ omdat het gedrukt staat? Ik huiver als ik me daar iets probeer bij voor te stellen.

 

Ik blader snel het tijdschrift door. Het eerste wat ik zie is mijn foto. Een foto in lage resolutie, te sterk vergroot zodat mijn gezicht een vage broebel van gekleurde blokjes is. Het ziet er bepaald ongezond uit. Waarom hebben ze dan niet die foto met hoge resolutie gekozen? Of deze wat kleiner gelaten? Of een andere gevraagd? Een béétje aandacht voor mijn ijdelheid, alstublieft dankuwel.

Enfin, tot daar aan toe. Maar dan. Dan lees ik die kop : ‘Succesvolle zakenvrouw schrijft boek over ‘voordelen’ van kanker’.

HALLO?

Eén : leuk dat ze me een succesvolle zakenvrouw noemen maar van waar komt die informatie, dan?

Twéé : er ZIJN geen voordelen aan kanker. ’t Is een vreselijke, afschuwelijke, verraderlijke ziekte die ongemeen veel leed veroorzaakt. Wie mij een béétje gelezen heeft weet dat dat éne hoofdstuk, waar ik over ‘voordelen’ heb durven spreken, gaat over een bewuste zinsbegoocheling, een opzettelijke waanvoorstelling, een illusie, een state of mind waar ik handig misbruik van maak om dat permanente zwaard van Damocles, dat kanker is voor iedereen die het overkomt, te kunnen blijven torsen.

Drié : ik heb al zeker geen BOEK geschreven over de voordelen van kanker.

Viér : ik heb evenmin een boek geschreven waarin ik andere patienten TIPS GEEF hoe ze met hun ziekte moeten omgaan. Iedereen verwerkt kanker op zijn eigen unieke manier die moet gerespecteerd worden en de mijne was toevallig schrijven. Als enkele lotgenoten al inspiratie gehaald hebben uit die schrijfsels, dan hebben ze dat geheel op eigen initiatief gedaan en dan vind ik dat geweldig.

 

Ik begrijp dat de werkelijkheid soms te saai is voor de boekskes en dat ze het graag allemaal wat sappiger laten klinken dan het is met wat misplaatste superlatieven hier en daar, maar van incorrecte informatie krijg ik een punthoofd.

En dan heb ik het hier alleen nog maar over de titel!

 

Dus mensen, eens te meer bewezen : geloof niet alles wat in de boekskes staat, ’t is op z’n zachtst gezegd onzorgvuldige journalistiek…

15:33 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (10) | Tags: boezemblues, borstkanker, kristienvandenbon |  Facebook |