06-11-07

Zwaar probleem : slot

Tijd om een zwaarwichtig hoofdstuk af te sluiten met enkele nabeschouwingen :

Ongewenste gewichtstoename bij borstkanker kan nadelige gevolgen hebben, zowel op lichamelijk als psychosociaal niveau.
Een groot aantal vrouwen, dat een curatieve behandeling voor borstkanker heeft afgerond, komt ondanks intensieve training aan. Het is onduidelijk of deze gewichtstoename een stijging in vet, spieren of beiden inhoudt. Onderzoek is nodig om hier inzicht in te krijgen.

Bewegingsprogramma's gedurende en na behandeling lijken zinvol in de strijd tegen ongunstige gewichtstoename.
Ook voedingsinterventies lijken een positief effect te hebben op het gewichtsverloop van borstkankerpatiënten, zij het soms slechts in beperkte
mate.
Meer onderzoek is nodig om uit te wijzen of een combinatie van voedings- en trainingsinterventie een gunstigere lichaamssamenstelling, een betere gewichtsbeheersing en wellicht een betere prognose kan opleveren.

De keerzijde van het succes van de campagne tegen ondervoeding is dat gewichtstoename bij kanker veelal wordt gezien als iets positiefs.                  Het duidt immers op een toereikende energie-inname. Het is van belang dat hulpverleners gewichtstoename bij kanker erkennen als een probleem.
Net zoals het verlies van een borst moet ongewilde gewichtsstijging gezien
worden als een vervelende bijwerking van de borstkankerbehandeling,
een mutilatie.


Daarnaast stapelt bewijs zich op dat gewichtstoename een ongunstige
invloed heeft op de prognose na borstkanker.

Redenen te meer om te pleiten voor interventie bij toename van gewicht bij (ex-)borstkankerpatiënten. De gangbare behandeling van overgewicht, een combinatie van voedings- en trainingsinterventie, lijkt vooralsnog de aangewezen interventie. Hierbij moet echter rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat een dieet slechts een beperkt effect heeft.

Het gezegde 'elk pondje gaat door het mondje' lijkt in geval van gewichtsstijging bij borstkanker niet altijd op te gaan. Het onderliggende mechanisme lijkt immers complexer.

Medisch Journaal 2005, jaargang 34, nummer 4
Bron:
Herstel en Balans

Eén ding is alvast zeker : tot hiertoe zijn er maar TWEE factoren waarvan wetenschappelijk bewezen is dat ze levensverlengend werken en dat zijn :

- weinig en gezond eten

- veel bewegen

Zijn dit nu toevallig ook dié twee zaken waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze helpen om het gewicht op peil te houden.

Vandaag stond het bovendien nog in de krant :

'Obesitas bevordert zes kankertypes'

Obesitas staat op het punt tabak als voornaamste risicofactor voor kanker voorbij te steken. Het bevordert maar liefst zes types van kanker. Dat blijkt uit een onderzoek van 7.000 studies over diëtetiek, zo schrijft de Artsennieuwsbrief. De studie toont aan dat een overmatig gewicht het risico op colon-, nier- en pancreaskanker verhoogt. Ook het gevaar op een bepaald type slokdarmkanker, kanker van de eierstokken en borstkanker na de menopauze stijgt bij obesitas. Het onderzoek is een analyse van meer dan 7.000 studies uit het domein van de diëtetiek.

DE MORGEN, 6 november 2007

Mijn beslissing was alvast snel genomen : ik neem deze wetenschap ter harte en heb radicaal de strijd aangebonden met de kilo's. Naast de eerdere mantra 'ik loop, dus ik leef' is er nu dus ook 'ik eet karig en gezond, dus ik leef langer' bijgekomen.

Ik heb me dus de afgelopen weken met grote motivatie op een aangepast dieet toegelegd. Kortgeleden was ik namelijk zomaar eventjes 15 kilo bijgekomen (en stijgend) en ik kreeg mezelf niet meer vooruit bij het lopen. Ik moest dus iets doen, want als ik niet meer kon lopen, dan zou het einde algauw zoek zijn en dreigde ik in een negatieve vicieuze cirkel te geraken.

Tien kilo wil ik kwijt. Dan weeg ik nog vijf kilo meer dan voor mijn ziekte, maar dat is perfect aanvaardbaar, daar kan ik mee leven. Vandaag kan ik alvast het heuglijke nieuws melden dat ik al 7 (zeven!) kilo kwijt ben, waarvan 5 kilo vet (wat een berg!) en 2 kilo water. Apetrots ben ik!

Een onverwacht maar wel heel opvallend leuk bijverschijnsel is dat mijn gewrichtspijnen ten gevolge van Nolvadex spectaculair zijn verbeterd én dat mijn rechterarm (lymfoedeem) soepeler aanvoelt dan ooit. En aangezien ik me nu geen hele nieuwe wintergarderobe moet aanschaffen is het nog eens goed voor de portemonnee ook...

Waar wachten jullie nog op?

15:52 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (5) | Tags: borstkanker, gewichtstoename bij borstkanker |  Facebook |

21-10-07

Zwaar probleem, deel 3 (21-10-07)

Is er wat aan te doen?

Voeding bij 'Herstel en Balans': een vertaling van literatuurgegevens naar praktijk
Zoals blijkt uit de literatuurstudie, kampt een groot aantal (ex-)borstkankerpatiënten met gewichtsstijgingen waarbij tegelijkertijd de vetmassa toeneemt en de vetvrije massa afneemt. Deze afname in vetvrije massa en de vermindering van spierkracht dragen mogelijk bij aan kankergerelateerde vermoeidheid.

(...)

Verkennend onderzoek
Naast literatuuronderzoek is een pilotstudy gedaan onder een aantal deelnemers aan het 'Herstel en Balans'-programma van MMC. Doel hiervan was inzicht verkrijgen in gewichtsverloop, voedselinname en behoefte aan voedingsinformatie bij deze patiëntengroep. Enkel de resultaten van (ex-)borstkankerpatiënten worden hier beschreven.

Gewichtsverloop gedurende 'Herstel en Balans'
Het gewicht van de deelnemers aan 'Herstel en Balans' werd bepaald aan het begin (week 0) en aan het einde van het revalidatieprogramma (week 18). Het verschil in gewicht tussen de twee meetmomenten is tot op heden berekend van 55 vrouwen die zijn behandeld voor borstkanker. Op individueel niveau werd zowel gewichtstoename als gewichtsverlies gezien. Bij een aantal vrouwen trad geen gewichtsverandering op. Vrouwen met een gewichtsstijging waren in de meerderheid (55%).
Binnen deze groep was de mediane gewichtstoename over 18 weken 2 kg. Per jaar zou dit een aanzienlijke gewichtstoename betekenen.

Energie-inname, gewichtsverloop in relatie tot energie-inname en eiwitinname
Een aantal deelnemers noteerde in een driedaags eetdagboek de voedselinname op drie momenten: voorafgaand aan 'Herstel en Balans', in week 6 en in week 12 van het trainingsprogramma. Inmiddels zijn enkele resultaten bekend van een kleine subpopulatie, bestaande uit 12 (ex-)borstkankerpatiënten, waarvan het gewicht bekend was van zowel week 0 als van week 18 en die tevens alle drie de eetdagboeken correct hadden ingevuld.

De energie-inname was lager dan de energiebehoefte . Er werd bij deze groep geen relatie gevonden tussen de verandering in energie-inname en
de verandering in gewicht. Immers, een aantal vrouwen bij wie de
energie-inname verminderde gedurende het programma, viel in deze periode niet af maar kwam juist aan. De inname van eiwitten bleek bij de onderzoeksgroep significant hoger dan de behoefte (81 ± 17 gram vs 52 ± 5 gram).

Zijn voedings- en trainingsinterventies effectief?
Het is de vraag of een energiebeperkt dieet en beweging deze vrouwen zouden kunnen helpen bij gewenste gewichtsreductie. Er kunnen immers andere dan voedings- en bewegingsfactoren zijn die zorgen voor een toename in gewicht. Factoren waarop de patiënt geen invloed heeft.
Is daar wel 'tegen op te lijnen'? In de literatuur zijn effecten van enkele voedings- en trainingsinterventies beschreven.

Lichaamsbeweging gedurende de kankerbehandeling lijkt het gewichtsverloop positief te kunnen beïnvloeden.
Uit verschillende studies is aangetoond dat borstkankerpatiënten gemiddeld minder in gewicht toenemen wanneer zij aan lichaamsbeweging doen in de periode van adjuvante chemotherapie.
Er zijn elf studies gepubliceerd die dieetinterventies onderzochten bij (ex-)kankerpatiënten. De onderzochte voedingsinterventies kunnen hierbij worden verdeeld in drie groepen:
*energie-beperking
*vetbeperking
*plantaardig, laag vet dieet.
In acht studies werden gewichtsveranderingen meegenomen. Met uitzondering van een studie(energiebeperking) werden in deze onderzoeken significante gewichtsverbeteringen gezien. Het betreffen echter onderling verschillende, relatief kleine, korte-termijnstudies.

Momenteel wordt er in twee grote, gerandomiseerde klinische trials onderzocht of een verandering in de voedingssamenstelling het risico op recidief kan verlagen en de overleving kan vergroten bij vrouwen die worden behandeld voor borstkanker.
Het gaat hierbij om de Women's Intervention Nutrition Study (WINS) onder 2500 postmenopauzale borstkankerpatiënten en de Women's Healthy Eating and Living Study (WHEL) onder 3088 pre- en postmenopauzale borstkankerpatiënten.

In beide studies gaat het om interventies met diëten met een zeer laag gehalte aan vet.
In de WHEL-studie wordt tevens een hoge groente-, fruit- en vezelinname nagestreefd bij de interventiegroep.
Ondanks de zeer lage hoeveelheid vet in beide interventievoedingen, laten tussentijdse resultaten slechts een matige daling in gewicht zien. Zo wordt in een pilot van de 'WINS'-studie na drie jaar slechts ± 1,8 kg verschil in gewicht gezien tussen de interventie- en controlegroep.


BRON : Medisch Journaal 2005, jaargang 34, nummer 4