19-06-08

Ren voor je leven

Vorige week verscheen het verhaal van de Roparun in Weekend Knack. Speciaal voor de blogsupporters hierbij de vroege, deels opgekuiste versie :

 

KRISTIEN : ‘Ik ben nog helemaal in de roes’ belt Phara me, ‘ik loop op wolkjes’. Ja het was intens, loodzwaar en onvergetelijk. We hebben de dag voordien de Roparun tot een goed einde gebracht, de langste estafetteloop ter wereld, van Parijs naar Rotterdam. Met onze ploeg ‘Lotgenoten Vlaanderen‘ hebben we zo’n slordige 530 km afgelegd in nauwelijks 50 uur. Ik heb een kleine 70 km gelopen, Phara heeft er als begeleidende fietser 300 km opzitten. En dat alles met nauwelijks 3 uurtjes slaap… We kunnen het zelf amper geloven. Anderhalf jaar geleden lagen we nog helemaal in puin en nu dit. Hiermee hebben we een statement gemaakt  en onze rotkanker een poepje laten ruiken : bij ons is-ie aan ’t verkeerde adres, wij zijn leeuwinnen en wij geven ons niet zomaar gewonnen, wat dachten ze wel?’

 

PHARA : ‘Of ik meedeed aan de Roparun, vroeg Kristien me vorig jaar. Zonder goed en wel te beseffen wat die Roparun inhield, zei ik ja. Een beetje fietsen tussen Parijs en Rotterdam, dat moet me wel lukken, dacht ik. Maar toen we op een grijze zondag in april bij wijze van proef de afstand Zele-Stabroek (65 km) aflegden, sloeg de vertwijfeling toe. Die afstand zouden we tijdens de Roparun minstens vier keer moeten doen. Mijn zitvlak was bureaustoelen en studiozetels gewend, geen fietszadel. Maar ik kon Kristien toch niet in de steek laten ? Oefenen dus. Koersbroek uit de kast en kilometers vreten. Hoe meer kilometers ik deed, hoe meer zin ik erin kreeg.’

 

KRISTIEN : ‘Waar zijn we aan begonnen? Dit is al een hele kluif voor geoefende sporters, ‘valide’ loopfreaks. Ach, we zien wel. We werken mee aan de voorbereidingen en zien wel waar we uitkomen. En als we meegaan, gaan we ons niet forceren. Luisteren naar ons lichaam, dat hebben we nu wel geleerd. We beginnen alvast deelnemers te ronselen voor ons team : lopers, begeleidende fietsers, chauffeurs en bijrijders, kinesisten, mensen voor de catering… Ook sponsors moeten overtuigd worden. Om één of andere onduidelijke reden komt dit van oorsprong Nederlandse initiatief in Vlaanderen maar moeilijk uit de startblokken : van de 253 ingeschreven ploegen zijn er slechts 5 uit Vlaanderen. Mijn werkgever zegt toe als hoofdsponsor, het inschrijvingsgeld wordt betaald, de kledij besteld en voor we het goed en wel beseffen zitten we tot de nek in een avontuur waarvan de afloop bijzonder onzeker is…’

 

PHARA : ‘In de week voor de Roparun stuur ik een persbericht rond, ook naar de collega’s van het journaal. Altijd een beetje genant, jezelf in de schijnwerpers zetten, maar die Roparun mag wel wat aandacht krijgen. Helaas, het heeft niet mogen baten. Onbekend is onbemind.’

 

KRISTIEN : ‘Vrijdag 9 mei, 14u. Ik zit met enkele teamleden te wachten op de eerste camper die ons komt oppikken richting Parijs. Phara vertrekt pas morgenvroeg met het ‘volgbusje’, het busje waarmee de lopers elkaar straks zullen aflossen. Een tweede camper vertrekt vanuit Oostende. Wij wilden extra vroeg in Parijs zijn om nog één keer een lange nachtrust te hebben, want die zullen we straks moeten ontberen. Althans, dat was de bedoeling, maar het werd een valse start. Onze camper liep hopeloos vertraging op in het drukke pinksterweekend verkeer. We zouden nog stoppen aan de supermarkt, waar onze bestelling, eten en drinken voor het 24 leden tellende team voor 3 dagen, zou klaarstaan. Niet dus. Vergetelheidje van de gerant. Er zat niets anders op dan ter plekke te beginnen shoppen, temidden van de lang-weekend-drukte… Het was 23 uur toen we eindelijk in Parijs aankwamen. Inchecken en even de benen rekken en het werd algauw 1 uur. Niet bepaald een copieuze nacht, zoals we gehoopt hadden…’

 

PHARA : ‘Zaterdag 10 mei, kwart voor acht ’s morgens. In mijn gesponsorde koersbroek wacht ik aan de afrit Vilvoorde op het busje dat uit Mechelen komt. Ik heb nog snel de weekendkranten gekocht, ik kon het niet laten. Het busje zit vol, de meeste gezichten ken ik van die ene testloop. Naarmate we Parijs naderen, rijden we de wagens van andere teams voorbij, campers, bussen, zelfs een vrachtwagen, met vooral Nederlandse nummerplaten en goed zichtbaar het nummer van het team. Op ons busje kleeft nummer 239. Ik begin te beseffen hoe groots die Roparun wel is. Tegen elf uur ’s middags zijn we in Parijs, in het park La Courneuve aan de rand van de stad.’

 

KRISTIEN : ‘In La Courneuve worden de laatste richtlijnen gegeven en drank en voeding verdeeld over de twee campers. Twee teams, met elk hun eigen camper, chauffeur, bijrijder en kinesist zullen elkaar aflossen na elke 65 km. Ons team, team 1, vertrekt als eerste om 13u59. Team 2 zal ons rond 19u voor de eerste keer aflossen. Nederbelg Winy, onze ploegkapitein en drijvende kracht achter het team ‘Lotgenoten Vlaanderen’, stelt voor dat ik start als loper.’

 

PHARA : ‘Altijd een beetje onwennig, zo’n nieuwe groep mensen. Wat ons bindt, is de kanker die we in ons lijf hadden of die in het lijf van één van onze geliefden zat. Borsten, lymfeklieren, maag, … er zit van alles wat in ons team, maar details hoeven we niet te weten van mekaar. Die hebben we al genoeg verteld. Die kanker is verleden tijd. De volgende dagen gaan wij geschiedenis schrijven.’

 

KRISTIEN : ‘13u59 : het startschot, we zijn vertrokken. Ik zie een aantal lopers als een speer vertrekken, aangemoedigd door de talrijke supporters. Hé hallo jongens, roep ik, dit is niet de 5000m hé, we moeten nog even tot Rotterdam! Ik doe het liever rustig aan, mijn lichaam zoetjesaan in de loopmood brengen. Ik zal veel moeten vergen van dat lijf van mij.

Na elke 2 km staat het busje ons op te wachten. Dan is het de beurt aan één van de andere drie lopers. 2 km lopen, 6 km busje, 2 km lopen… en dat zo’n 65 km lang per shift. Hoe relatief 2 km kunnen zijn : voor ons hebben ze dit weekend alle gedaanten gehad : we percipieerden dezelfde afstand al naargelang onze eigen fitheid als 1 km, 1,5 km, tot meer dan 3 km in de nachtelijke kou. ‘Waar staat dat verrekte busje nu?’

 

PHARA : ‘Julia en ik fietsen mee met team 1. Mooi kan je de eerste kilometers van het parcours niet noemen. We fietsen Parijs uit, te midden van huizen, flatgebouwen, industrieterreinen en vooral veel verkeerslichten. Rood brengt de lopers uit hun ritme, maar doorlopen of –fietsen durven we niet. Motorijders van de Roparun kunnen elk moment voorbijrijden om te controleren of we ons aan het reglement houden. Overtredingen worden beboet met een stop and go. Hoe zwaarder de overtreding, hoe langer de stop. De zon brandt, maar de moed zit erin en naarmate de kilometers vorderen, wordt het landschap mooier. Voor ik het goed en wel besef, staat het andere team klaar om ons af te lossen. Het is half acht, onze eerste ‘shift’ zit erop.’

 

KRISTIEN : ‘Wij worden naar de camper gebracht. Even bekomen, snel wat eten, een stevige massage om de spieren soepel te houden, wat opfrissen en slapen. Dat lukt natuurlijk niet, onze biologische klok zegt dat het nog veel te vroeg is om te slapen… Dus liggen we maar wat te rusten.

Zondag 11 mei, 1 uur ’s nachts, de volgende teamwissel. Opstaan, loopschoenen aan en de kille nacht in. Niemand heeft geslapen. Nu ons lichaam eindelijk wil slapen dwingen wij het opnieuw tot presteren. Deze tweede shift valt me zwaar. Hoe houd ik dit in godsnaam vol tot de eindmeet? Niet denken, doorgaan. Ik pas de Justine Henin–techniek toe : ervoor zorgen dat ik déze loopsessie tot een goed einde te breng, niét aan de vorige of de volgende denken. Mijn gewrichten steunen en kreunen. De beruchte Nolvadex-pinguinwalk begint zich te manifesteren : startpijnen bij elke nieuwe loopsessie. De eerste 50 m loop ik als een kreupele gans. Tandenbijten. Mijn ademhaling wil niet verdiepen, ik hijg. Alles wringt in mijn lijf.

De wissels lopen moeizamer : het is moeilijk om je eigen team te herkennen in het donker. Dat geeft aanleiding tot banale taferelen : de loper die moet aflossen ziet wat lichtjes aankomen en roept al van ver : ‘zijn wij dat?’ Waarop dan meestal een onbekende stem ‘nee, ’t zijn wij’. Hilariteit alom. We worden moe. Het niveau van de grappen is omgekeerd evenredig met de graad van vermoeidheid.’

 

PHARA : ‘Stikdonker is het op de Routes Departementales in Frankrijk. We tooien onszelf met lichtgevende veiligheidsjasjes, armbanden en op het hoofd een petzel om de kaart te lezen die op het stuur gemonteerd is. Als fietsende en lopende kerstversiering trotseren we de landelijke duisternis, de loper veilig tussen de fietsers in. We zijn blij als we voorbijgestoken worden door snellere teams. Dat maakt het lezen van de kaart even overbodig. Eén voordeel heeft de nacht. Het is koel, dat beweegt makkelijker. Na uren fietsen horen we de eerste vogels fluiten en zien we aan de horizon de dag beginnen. Mijn ogen en oren genieten, maar mijn benen en zitvlak niet. Eindelijk staan ze daar, team 2, eindelijk rust. ’

 

KRISTIEN : ‘7 uur : wissel, oef. Nu moéten we slapen, beseffen we allemaal, anders komen we in de problemen. Snel eten, massage, tandenpoetsen, ‘Phara vergeet je Nolvadex niet, ondanks ons avondritueel is het wèl ochtend’. Snel de camper in om te vertrekken naar de volgende wisselplaats.’

 

PHARA : ‘De rust is van korte duur. Na amper een uurtje slaap in een rijdende camper horen we ambiance, Paul De Leeuw, Marco Borsato, Frans Bauer. ‘Heb je even voor mij ?’ Onze chauffeurs hebben de campers op een drukbezochte parkeerplaats gezet, waar de mensen van het Erika Ziekenhuis uit Rotterdam alle deelnemers aan de Roparun vergasten op koffie, croissants, soep en broodjes met worst. Allemaal gratis, maar het lawaai moet je erbij nemen. Slapen zit er niet meer in. Dus zoeken we de plaatselijke sporthal op, waar we koud mogen douchen.’

 

 

KRISTIEN : ‘12 uur : wissel, 3e shift. Vreemd genoeg is het mijn makkelijkste shift, tegen alle regels in. Ik ben door mijn pijngrens heengegaan en het lijkt alsof ik vleugels krijg. Ik adem in twee keer in en de tweede keer lijkt het wel alsof de kelderdeuren van mijn longen openzwaaien met een geweldig zuurstofshot als gevolg.  Ik word er high van… runnershigh? Ik loop de ziel uit mijn lijf en heb het gevoel dat ik eeuwig kan blijven lopen. Dit is kicken. Ik loop deze keer 8 of 9 keer 2 km, meer dan 16 km, ik ben de tel kwijt. Ik zweef over het asfalt in de verzengende middagzon.’

 

PHARA : ‘Einde Frankrijk, in Quiévrain gaan we de grens over en op slag is ’t gedaan met de landelijke schoonheid. In plaats van de rustige Routes Departementales tjokken we voort op de N525 naar Chièvres. Rechttoe, rechtaan, geen fietspad, brandende zon. Hels. Hadden ze nu echt geen andere route kunnen bedenken of wilden die Belgen die Nederlandse Roparunners de duvel aan doen ? Het is spitsuur in de Roparun, andere teams steken ons in sneltempo voorbij. Uren na ons zijn in Parijs de laatste en snelste teams vertrokken, met lopers die een gemiddelde snelheid van 14 km per uur halen. Ze flitsen ons voorbij. Doe maar, denk ik, wij hebben al gewonnen.’

 

KRISTIEN : ‘We sluiten onze lange shift af op de Belgische taalgrens rond 19u. Nu rijden we met de camper naar Zele, waar een groots Afrikaans feest wordt georganiseerd in de straten ter gelegenheid van onze doortocht.  Het betekent wel dat er weer geen tijd is om te slapen. Bij onze aankomst in Zele worden we opgejaagd door de ambiance. De adrenaline doet zijn werk, van rusten is geen sprake meer, tijd om te feesten nu. Even een snelle douche in de voetbalclub, een terrasje meepikken in de avondzon met familie en vrienden die zijn afgezakt om te supporteren en dan is het wachten op onze hoge gast : minister president Kris Peeters  komt een stukje met ons meelopen, bij wijze van steun. Knap hoor, hij onderbreekt zijn familieweekend aan zee om ons te komen aanmoedigen, ‘il faut le faire’.’

 

PHARA : ‘Het is eens iets anders, fietsen naast de minister-president. Totnogtoe zagen we mekaar in studio-outfit, nu heb ik een koersbroek aan, hij een loopbroek. De collega’s van het journaal missen iets. De sfeer in Zele is geweldig. Voor ’t eerst voelen we ons warm onthaald, kilometerslang. We vergeten op slag dat Rotterdam nog ver weg is.’

 

KRISTIEN : ‘De ambiance is geweldig. Overal staan kaarsen langs het parcours, mensen staan op straat te applaudisseren. Super. Dat is wat we nodig hebben om opnieuw de nacht in de gaan voor onze vierde shift. Nu wordt het menens. Onze lopers hebben al zo’n 45 km in de benen, een slordige marathon, en slechts een uurtje geslapen…

2 uur ’s nachts. We lopen via de Sint Annatunnel over de Antwerpse kaaien. Het contrast met Zele is groot. Geen levende ziel weet hier blijkbaar van de Roparun. De straten zijn leeg. Een enkele voorbijganger kijkt wat verdwaasd naar die lopers met hun gekke knipperlichtjes en loopt schouderophalend verder. We zijn ontgoocheld. Antwerpen, wereldstad?’

 

PHARA : ‘De Noorderlaan in de Antwerpse haven om vier, vijf uur ‘s nachts. Erger bestaat niet. Wat doe ik hier in godsnaam ? Waar is ’t einde van die verdomde Noorderlaan ? Was er geen leukere route te bedenken ? Kan team 2 ons niet wat vroeger aflossen ? De moed zinkt in m’n schoenen, m’n zin om te praten met de lopers ebt weg, ik fiets en zwijg. Voor de tweede nacht op rij zien we het licht worden aan de horizon, maar dit keer bekoort het schouwspel me niet. Ik wil een bed !’

 

KRISTIEN : ‘In het lopersbusje slaat de vermoeidheid nu keihard toe. We evolueren snel van prikkelbaarheid (niveau 1) over slappe lach (niveau 2) naar huilen (niveau 3).

Ik crash, voel de tranen opkomen. Niet van de pijn, niet van verdriet, gewoon van pure uitputting. ‘Jongens, neem me niet kwalijk, ik ga buiten even staan janken’ waarschuw ik de teamgenoten terwijl we wachten op onze loper voor aflossing. Deze shift is loodzwaar. Zomaar eventjes 80 km, dat is 20 km langer dan de gemiddelde shift en dat zo laat in de wedstrijd… Ik wil doorbijten, want iedereen in het busje zit op zijn tandvlees. Winy slaat een sessie over. Dirk en Annelies, immer vrolijk, worden verdacht stil. Mijn negende sessie is niet veel meer dan gestrompel. Ik krijg zwarte vlekken voor mijn ogen, kan mijn rechte lijn niet meer houden, weet dat het een kwestie van meters is voor ik de grond op smak. Even later zit ik in het busje wezenloos voor me uit te staren. Ook ik slaag voor het eerst sinds het begin van de wedstrijd een shift over. En nog één. Het is op. Na 65 km. Annelies en Dirk, onze best getrainde lopers, ontpoppen zich als rotsen in de branding : samen met Winy nemen ze de laatste kilometers voor hun rekening. Ik zit in het busje te suffen. Ik voel niks, absoluut niks. Ik staar alleen nog maar in de verte.’

 

PHARA : ‘Stabroek, Putte en dan de grens over, Nederland in. Ossendrecht, daar moeten we zijn, daar neemt team 2 het over. Ik tel de kilometers af. Eindelijk zijn we er, maar neen, we moeten het dorp nog door. Een dorp dat vorig jaar bekroond is als mooiste Roparun-dorp en ook dit jaar die titel in de wacht wil slepen. Winy wil dat we dat gezien hebben. Wakker blijven dus en de gekte trotseren.’

 

KRISTIEN : ‘Maandag 12 mei, 6 uur ’s morgens. We zijn nu 8 uur aan het lopen. Ik rijd door Ossendrecht in het busje. Heel het dorp staat op straat, sommigen in pyama, en overal langs de straten worden er sprookjestaferelen uitgebeeld, staan er bandjes te spelen en een massa mensen te roepen en te supporteren. Nooit gezien. Jammer genoeg heb ik zelfs niet meer de kracht te glimlachen, laat staan te wuiven. What a waste…’

 

PHARA : ‘Eindelijk zijn ze daar, team 2 én de campers. Ik slik mijn pillen, haast me mijn slaapzak in en val meteen in slaap. Twee uur later word ik herboren weer wakker, klaar voor de eindsprint. Nog 45km, Rotterdam, here we come.’

 

KRISTIEN : ‘We staan ervan versteld hoe snel we recupereren : twee uur slaap blijkt pure luxe als je al zolang niets meer gehad hebt. We voelen ons relatief fris, kunnen er weer tegenaan. Kinesist Jos bevestigt dat alle spieren nog lekker los zitten : ‘Eerste klas biefstukken’’

 

PHARA : ‘Het busje mag niet meer mee op het parcours. De lopers moeten de rest van de weg meefietsen en om beurten een stuk lopen. Dit is corvee voor hen. Ik voel me een luxepaard op mijn fietszadel. De enige troost zijn de dorpen die we passeren, de mensen die ons toejuichen, de brandweer die ons warme lijf verfrist.’

 

KRISTIEN : ‘Het is inmiddels middag en drukkend warm. Er zijn 3 hete middagshifts in deze Roparun en ons team heeft ze alledrie, net zoals beide nachtshifts. Volgend jaar misschien toch voor wat meer evenwicht zorgen. ‘Dit is mijn zwaarste Roparun ooit’ zei Winy gisterenavond al, en toen moest het ergste nog komen… Ik start vol goede moed : ’t is niet ver meer, een fluitje van een cent. Maar mijn carrosserie denkt er anders over : algauw verschijnen er meer zwarte vliegjes voor mijn ogen dan er in de lucht zitten. Ik zwalp. Als ik de finish wil halen, moet ik het op de fiets doen. Ook Winy heeft het zwaar en bindt in, maar hij blijft lopen. De teamgenoten nemen over en bijten door. Dit is afzien.

 

PHARA : ‘Nog 20 km, we beginnen aan de eindsprint. Ook de lopers van team 2 moeten nu mee op de fiets. Kristien kan niet mee. Ik vloek vanbinnen, dit had ik liever samen met haar uitgereden.’

 

KRISTIEN : ‘Er is een fiets te weinig om alle lopers naar Rotterdam te laten rijden. De teamgenoten halen mij met zachte dwang van mijn fiets : Kris is nog frisser en neemt het over. Ik ben ontgoocheld : de mooiste 20 km, de allerlaatste, moet ik in het busje afleggen. Dat halfuurtje in het busje schokt mijn lichaam tussen waak en slaap.’

 

PHARA : ‘Winy, de veteraan in ons gezelschap, krijgt het moeilijk maar wil niet opgeven. Fietsen gaat nog, maar met lopen moet hij zuinig zijn. Hij spaart zijn krachten voor het moment dat we de Daniel den Hoed kliniek in Rotterdam voorbijkomen, het ziekenhuis waar hijzelf voor kanker behandeld is. Winy loopt en slikt, ik fiets en slik. En dan de laatste rechte lijn, de Erasmusbrug over en eindelijk de Coolsingel op. Langs de kant zie ik m’n man en jongste zoon staan, m’n man heeft bloemen bij, m’n zoon zwaait met de Belgische vlag. Met een krop in de keel en tranen achter de zonnenbril halen we de eindmeet.’

 

KRISTIEN : ‘Met het hele team lopen we over de finish. De voldoening is groot : we zijn diep gegaan, heel diep maar we hebben het gehaald. Iedereen staat er wat onwezenlijk bij : hebben we dit nu echt klaargespeeld? We kunnen er zelf niet bij. Dit was voor ons allemaal, lotgenoten. Vergeet het nooit : er is nog leven na kanker. Of zoals teamgenoot Kris het zei :

PIJN IS TIJDELIJK, OPGEVEN IS VOOR ALTIJD.’

 

 

 

10:42 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (14) | Tags: roparun, borstkanker |  Facebook |

Commentaren

respect Respect ! petje af.

Mijn verhaal rond borstkanker is nog niet afgelopen maar ik weet dat ik het haal (mede dankzij jullie).

Het ga jullie goed.

warme groet,
Katleen

Gepost door: Katleen | 19-06-08

Fenomenaal, hoe jullie dat deden !!!
Proficiat, je moet het maar doen.

Gepost door: katy | 19-06-08

FORMITASTISCH!

Gepost door: Elly | 20-06-08

koude rillingen.. ik voelde bijna letterlijk jullie euforie bij het naderen van de eindmeet!

Gepost door: me, myself | 20-06-08

=^..^= Inderdaad... R E S P E C T!!!!!!

't Zal wel zijn dat er leven is na kanker!!!!



Gepost door: Talleke | 21-06-08

Oeiaiai Dat doet zeer zenne; ik krijg krampen van het lezen alleen al.

Gepost door: Herman | 21-06-08

Hallo Voor al die hebben bijgedragen tot het succes,

Heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel veel nieuwe energie gewenst!

Gepost door: Ma Elly | 22-06-08

Nauwelijks te bevatten, jullie prestatie. Als lotgenote weet ik hoe het voelt, ook nog enkele jaren na de behandeling. Vermoeidheid, kwaaltjes enz. Dat jullie dit hebben klaargespeeld is niet te geloven. Eén klein puntje waar je toch moet op letten is dat de publieke opinie nu niet gaat denken dat zo'n kankerbehandeling al bij al wel meevalt, gezien jullie ongelofelijke prestaties. Maar los daarvan: petje af Dames. Jullie getuigen van veel karakter en discipline, waw! Lieve

Gepost door: Lieve | 23-06-08

slik... chapeau! Respect!
Lieve groet,

Gepost door: Lucretia | 28-06-08

Dag Kristien, 'k kom jou even een groetje brengen! Alles okay?? Laat je maar eens horen op de een of andere manier hé!
Liefs en groetjes,

Gepost door: Lucretia | 03-07-08

Kunnen wij dat inderdaad nog??

Gepost door: anita | 06-07-08

ben hier vandaag ook aan't rennen voor mijn leven... ttz... om niet nat te worden probeer ik tussen de regendruppels te lopen...
Weet je wat mij nu opvalt de laatste maanden? Dat het me eigenlijk niet meer kan schelen dat m'n haar nat wordt in de regen. Toen ik nog kaal was genoot ik daar van; heerlijke malse regen op m'n kale knikker en dat gevoel is eigenlijk nooit overgegaan... Raar hé.
Liefs en tot hoors

Gepost door: Lucretia | 10-07-08

Tot volgend jaar ! Het (her)lezen van dit artikel bezorgt me weer kippevel. Het was dit jaar inderdaad een extreem zware editie wat jullie prestatie des te bewonderenswaardiger maakt. Wij zijn vandaag alvast begonnen om ons directiecomité ervan te overtuigen ook volgend jaar een team af te vaardigen.

Gepost door: Luc & Team 231 Vivium Belgium | 16-07-08

zomaar... een zomergroetje!
Hoop dat je geniet van een fijne vakantie Kristien.
Liefs en groetjes

Gepost door: lucretia | 01-08-08

De commentaren zijn gesloten.