11-03-07

Cape Fear (11-03-2007)

Het is een ongenode gast die wel vaker zonder kloppen komt binnenvallen sinds het verdict : Angst. Niet zomaar een beetje bang zijn, nee, Echte Doodsangst. Het was het ergst in de eerste weken, toen had ik nog niet geleerd met Hem om te gaan. Hij slaagde er nog in mij volledig van de kaart te brengen en te doen trillen als een riet, in de meest letterlijke zin. Het mag vreemd klinken, maar ik ben eigenlijk gewend geraakt aan zijn bezoeken en ben er minder van ondersteboven, of misschien heb ik er gewoon beter mee leren omgaan. En dat is maar goed ook, want sinds het beëindigen van mijn therapie komt Hij weer vaker langs om me van alles in te fluisteren dat niet fraai is. Een typisch fenomeen naar ’t schijnt, eens we ‘losgelaten’ worden door de medische wereld.

Angst vertoont gelijkenissen met een stalker : hoe meer je probeert hem weg te jagen, hoe groter genoegen hij erin schept aan je huid te blijven plakken. ’t Is maar als je Hem toelaat je lastig te vallen en Hem rustig en met welgemeende interesse van alle kanten bekijkt dat Hij zijn negatieve grip op je verliest. ’t Vraagt wat oefening want het gaat tegen onze natuur in maar meestal lukt het me aardig. En toch, soms, als ik denk dat ik Hem de baas ben en Hem niet verwacht, is Hij daar weer, soms met grote overtuigingskracht.

 

Zoals deze week. Ik voelde me al enkele dagen slecht. Een vaag gevoel van uitputting. Zonder aanwijsbare reden. Dat overkomt me wel vaker de laatste tijd, nog bijna wekelijks, en meestal is het opgelost met één of twee dagen rusten. Dat heb ik wel geleerd : als mijn lichaam ‘stop’ zegt, dan stop ik.

Zo ook nu. Ach, het zou wel weer overgaan. Misschien heb ik mezelf wat geweld aangedaan met al dat lopen, of misschien broei ik op een griepje. Maar er brak geen griepje door. En drie slechte dagen, tijdens de welke ik tot niet veel meer in staat was dan in m’n zetel hangen en daar ook zonder meer aan toegaf, werden er vier, en vijf, en zes… De ongerustheid nam toe. Waarom duurde dit zo lang? Waarom reageerde mijn lichaam niet positief op de rust die ik het gaf, zoals anders? Toen ik vrijdag, de zevende dag, op de koop toe opstond met evenwichtsstoornissen, was de maat vol. Dit is écht niet normaal, ik heb het zitten, ik ben hervallen, ik ben een vogel voor de kat. Angst zat op mijn schouders te bulderen van het lachen : ‘Nu heb ik je nog eens goed te pakken hé’ klonk het vol leedvermaak. Rotzak.

 

Ik weet niet hoe ik moet beschrijven wat er op zo’n moment allemaal door je heen gaat. ’t Is een mengelmoes van emoties, en tegelijkertijd een vreemd soort gelatenheid, fatalisme… Het is wellicht één van de dingen die het zwaarst om dragen zijn voor een kankerpatiënt : dat is de wetenschap dat je zo bitter weinig kan doen om je lot te beïnvloeden. Dat je gewoon moet afwachten wat het wordt : erop of eronder (de zoden, weet je wel), het ‘sitting duck’ fenomeen. Dit is erg zwaar om dragen. Zo frustrerend, mensen hebben al voor veel minder neurosen ontwikkeld… Kan er nog iemand verbaasd zijn dat we mantra’s nodig hebben of andere illusies om ons aan vast te klampen? Ik heb een hele zak chocotoff’s opgepeuzeld vrijdagmiddag. Ik lust niet eens chocotoff’s! Ik haat hoe de kleverige smurrie aan je tanden blijft plakken. Maar ik moest chocola hebben, en véél : ik heb ze één voor één naar binnen gepropt. Ik voelde me niet schuldig, ik had ze nodig.

 

Ik heb de oncoloog gebeld, ik mocht meteen komen. Dat is ook zo leuk aan hem : als je hem écht nodig hebt, dan is hij altijd beschikbaar. Hij stelde me gerust en zei dat het een volstrekt normaal fenomeen was. Dat ik moest aanvaarden dat mijn revalidatieproces niet rechtlijnig vorderde maar stapsgewijs, en dat dat inhield dat ik regelmatig zou terugvallen. Dat ik daarmee zou moeten leren omgaan, dat het niet de laatste keer zou zijn dat dit me overkwam. Voor alle zekerheid mocht ik toch, enkele weken vroeger dan voorzien, een bloedname laten doen voor controle van de tumormarkers. Daarvoor ben ik dan nog die avond naar het ziekenhuis gereden.

 

Inmiddels zijn we zondag en ik voel me nog niet beter. Integendeel, ik ben nu nog eens misselijk erbij. Dat kan niet meer van de chocotoff’s zijn, twee dagen na datum.  Ik heb me sinds de chemo niet meer zo slecht gevoeld, alsof ik permanent zeeziek ben : draaïerig en misselijk, en hondsmoe. De ongerustheid flakkert terug op. Mottig en duizelig zijn, ik kan het niet helpen dat ik denk : dat is een probleem met het evenwichtscentrum in de hersenen, of een probleem met de lever. Wat is de stoorzender?????!!!

 

Morgen, maandagavond mag ik bellen voor de uitslag. Het doet me een beetje terugdenken aan de tijd van mijn deliberaties. Een beetje maar, want ik was er toen nogal gerust in : ik slaagde elk jaar met glans. Dat zou nu wel eens heel anders kunnen zijn… Ik haat dit ik haat dit ik haat ik haat dit. Ik was liever vroeger wat vaker gebuisd geweest, en nu geslaagd!

 

Freya vertelde me dat ze volgend jaar naar Santiago de Compostella gaat als ze dit overleeft. Wacht op mij, Freya, ik ga mee.

19:26 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (5) | Tags: borstkanker |  Facebook |

Commentaren

Een paar weken geleden stond ik nog versteld van je moed en je kracht. Het was of alles van je afgleed, dat je immuun was aan de rotzakkerij van de kanker. En wat nu ? Eerlijk gezegd zou ik het zelf niet weten. Misschien terug opnieuw beginnen en iedere verbetering zien als een grote overwinning.

Gepost door: Luc | 12-03-07

potverdorie Kristien, ik leef met je méé!

Gepost door: Freya Van den Bossche | 12-03-07

Ik kan heel goed begrijpen wat je doormaakt. Heb ook al van die pekzwarte dagen meegemaakt. Maar ik heb ook al ondervonden dat je geest rare kuren kan uithalen en je echt kan ziek maken. Hopelijk krijg je goed nieuws en kan je de komende dagen wat van de zon genieten. Ik duim voor je.

Gepost door: Ann D. | 12-03-07

ook ik leef met je mee, het moet inderdaad heel moeilijk zijn om mee om te gaan. Hou vol het moet en het zal beteren.
Groetjes

Gepost door: Katy | 12-03-07

Op reis naar Noach Chocotoff's, bwèkes, walgelijk. Je moet er wel héél erg aan toe geweest zijn.

Hondsmoe? Nou, je wordt wel echt hoe langer hoe beestiger.

Angst voor de dood. Ik heb daar een wreed goed boek over; 't staat hier in mijn boekenkast op de bovenste plank. De bovenste plank, dat moet je zowel letterlijk als figuurlijk nemen.

't Gaat over een man die blakend van gezondheid en in de volle kracht van zijn leven geconfronteerd wordt met de dood van zijn beste vriend. Hij wordt somber en neerslachtig. Hij is bang voor de dood. Hij besluit een lange gevaarlijke reis te ondernemen om Noach op te zoeken om hem het geheim van het eeuwig leven te vragen.
't Is wel niet van een modern auteur. Het is 3200 jaar geleden geschreven. Ge moet ervoor zijn - ik ben ervoor. Het Gilgamesj-epos , http://www.amboanthos.nl/ , ISBN 978 90 263 1934 1.

Volgend jaar te voet naar Santiago de Compostella? Goed idee. Gilgamesj ging ook op reis om van zijn doodsangst af te raken. Oefen nog maar flink met Yndra.

Gepost door: Herman | 12-03-07

De commentaren zijn gesloten.