25-01-07

Bompafietsen (25-01-07)

Een aantal weken geleden schreef ik nog dat ik me voornam tegen 1 januari één uur per werkdag te sporten. Of ik dat streefdoel gehaald heb? Wat dacht je… Tuurlijk. Ik denk zelfs dat ik er nu al boven zit. Ik werk nu verder op naar 2 uur per dag. Aangezien ik een hartsgrondige hekel heb aan routine, heb ik ook hier voor de nodige afwisseling gezorgd. Om een idee te geven van het sportmenu gedurende een week : maandag 45 km fietsen, dinsdag 2 km zwemmen en 1,5 uur jazzdans. Woensdag 1 uur badminton, donderdag een half uur lopen en 1 uur stevig wandelen, vrijdag rustdag, zaterdag een uur paardrijden en een uur spierverstevigende oefeningen voor TV, zondag nog een uurtje wandelen/joggen. Als ik dat hier zo op een rijtje zet schrik ik er zelf van : indrukwekkend lijkt dat. Laat mij dus meteen ook maar even nuanceren.

 

In eerste plaats is het zo dat ik dat sporten voorlopig nog altijd op een héél bescheiden niveau doe. Kwestie van deze stelling levendig te illustreren het volgende voorbeeld : wat dat fietsen betreft : dat was samen met een groep gepensioneerden.

De bond der gepensioneerden heeft in ons dorp, een zakdoek groot, zomaar eventjes 3 fietsgroepen die elke maandag een grote tocht doen. Eén groep doet zo’n 30 km, één groep zo’n 50 km en een derde groep 70 km. Aangezien ik rustig moet opbouwen vond ik het nog zo geen zot gedacht om met hen mee te rijden, kwestie van er terug in te komen zonder het gevaar te lopen mij te forceren. ‘k Ben aangesloten bij de middelste groep en ze hebben mij met open armen en veel gekwetter onthaald. Er was er eentje die vroeg ‘of ik nog alleen woonde of dat ik misschien al een vriendje had’. Ik wist wel dat ik zwaar onder de leeftijdsgrens zat om in de groep te passen maar dat was wel heel overdreven. Ik heb haar bedankt voor het compliment. In een naïef moment wou ik nog geloven dat het aan mijn korte haar lag (zou het dan toch waar zijn dat ik daar zo jong mee toon?), maar ik vrees dat de waarheid is dat het mens gewoon zwaar bijziend was.

45 km hebben we gedaan, aan een heel rustig tempo. Fluitje van een cent. Maar dus nogmaals, vooraleer u bewonderend uitroept : ‘waaw !’ : HET WAS MET DE GEPENSIONEERDEN! Get the picture?

 

Bovendien moet u weten dat ik buiten dat sporten eigenlijk niet veel uitvlooi. Ah nee, want als je zo intensief terug begint te sporten na een lange stop en bovendien een zware vergiftiging, moet je ook veel rusten. Het lichaam moet de tijd krijgen te herstellen van de ziekte én van de inspanningen die het opnieuw te verwerken krijgt. In tegenstelling tot mijn eerdere voornemens in verband met het poetsen van mijn huis, die overigens van zeer korte duur waren, zijn de huishoudelijke klussen zwaar gedaald op mijn prioriteitenlijstje. Ze hebben al nooit bijzonder hoog gestaan maar geloof me, als je het gevoel hebt dat je geen tijd meer te verliezen hebt in het leven worden huishoudelijke klussen meer dan ooit pure zinloze ballast. (Waarom moet ik die ruiten zemen? Ik kan er toch nog door kijken?) Ik doe het hoogstnodige, en de rest blijft liggen. Het sporten is eigenlijk mijn nieuwe ‘dagtaak’ en die neem ik zeer ernstig. Ik zie het immers zo : ik word nu betaald om ervoor te zorgen dat ik straks terug aan 100% kan functioneren en dus moet ik daar absolute voorrang aan geven. Dat doe ik met plezier.

 

Los daarvan zijn er een aantal ogenschijnlijk simpele dingen die ik toch nog niet kan. Laatst bijvoorbeeld was ik op de nieuwjaarsreceptie van het werk, waar ik langere tijd rechtgestaan heb. Wel, toen ik ’s avonds naar huis reed kreeg ik helse pijnen in mijn benen, zoals ten tijde van de Taxotere. ‘k Heb een pijnstiller moeten nemen om te kunnen slapen. Zoiets eenvoudig als een tijdje blijven rechtstaan, dat kan ik dus niet meer. Correctie : dat kan ik nog niet terug. Maar goed, dat komt ook wel weer in orde.

 

Bovendien blijft mijn lichaam voorlopig bijzonder gulzig naar rust en slaap. Om mijn nieuwe ritme een beetje te kunnen volhouden is 10 à 12 uur slaap per etmaal geen luxe, én kan ik één, maximum twee dagen achter elkaar wat meer ‘presteren’, dan moet ik alweer rust inlassen.

 

Elke dag leg ik de lat een klein beetje hoger voor mezelf, en zo maak ik traag maar zeker vooruitgang. Ik moet mezelf heel vaak temperen en sussen : ‘Geduld, geduld!’ Het klinkt misschien raar, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik dit mag meemaken : mij zo helemaal van nul weer opbouwen. Fysiek én mentaal.

 

Of zoals de mannen van ’t werk het uitdrukken (goeie, Wim) :

‘Kristien versie 2.0’ komt er aan.

Meer functionaliteiten, stabielere database, minder bugs.

 

12:02 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.