30-07-06

Chemo en sport : een fiasco (30-07-06)

Vandaag weer keihard tegen mijn eigen beperkingen aangelopen, of beter : aangefietst.

Zeven weken chemo hebben hun stempel gedrukt op mijn fysieke conditie. Er blijft überhaupt niet veel van over…

De eerste weken van de chemo ging het nog redelijk : ik fietste nog veel, weliswaar aan een lager tempo, maar ik haalde toch nog een kleine 100 km per week. Aanvankelijk was mijn streefdoel 80 km per week. Dat heb ik dan snel moeten bijstellen naar 40 km per week, en nu durf ik er al helemaal geen streefdoel meer opzetten. Ik ben al blij als ik tot bij de bakker geraak.

 

’t Was nochthans goed begonnen vandaag : licht bewolkt, niet te warm en ik voelde me goed. Had gisteren nog een dik halfuur in zee gezwommen en dat ging prima (mét badmuts, om mijn ‘haren’ - 27 in totaal, om precies te zijn - niet nat te maken natuurlijk).

De eerste 3 km gingen redelijk. Het tempo lag wel laag, zo’n 20 km/uur, maar dat geeft niks. Dan kwam de zon erdoor en werd het gevoelig warmer. Ik zag ineens veel meer zwarte vliegjes voor mijn ogen dan er in de lucht rondzwermden. Gas teruggenomen naar 15 km/uur. Belachelijk traag. Ik werd ingehaald door kranige koppeltjes senioren. Niks van aantrekken, dacht ik. Maar het werd nog erger : na amper 10 km vielen de batterijen compleet stil. Mijn tikker ging tekeer, mijn hoofd barste. Ik zakte terug naar… 9 km/uur, net snel genoeg om niet om te vallen, dus. Doel opnieuw bijgesteld : gewoon levend thuisgeraken.

 

Smerige chemo. Je wéét wel dat het normaal is dat je, na al dat vergif dat ze door je lijf gespoten hebben, niet meer presteert, maar als je zo met je neus op de feiten wordt gedrukt pikt het toch nog. Ik heb de conditie van een peuter van één. Of nog erger misschien…

Ik denk met enige weemoed terug aan de tijd dat ik de ploegen-triatlon meereed. Dat is amper twee jaar geleden. Ik zal van héél ver moeten terugkomen om ooit nog in die buurt te komen.

 

Wacht maar, ooit sta ik er terug…

Tijd om wat inspiratie bij the big Lance A. te gaan halen.

 

Cancer Chick

 

19:32 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

28-07-06

Perverse effecten (28-07-06)

Vandaag een ander geneesmiddel tegen misselijkheid uitgetest. Normaal neem ik Novaban, maar dat legt mijn darmen helemaal lam, met als gevolg dat mijn buik langzaam maar zeker opblaast tot een dikke ballon. Na een week lijk ik wel 6 maanden zwanger. De cortisone, de Novaban... ik krijg van alle kanten onprettige 'opblaaseffecten'... poupée gonflable...? Ik kan er eigenlijk niet echt om lachen.

 

Enfin, het medicament met een hopelijk minder sterk pneumatisch effect is Litican. Ik las vanmorgen voor inname nog snel de bijsluiter, en dus ook de 'ongewenste nevenwerkingen'.

Mijn vroegere baas, franstalig, noemde dat steeds in een al te letterlijke vertaling uit het frans 'perverse effecten'. Ik heb hem er meermaals op gewezen dat hij in nederlandstalig professioneel gezelschap toch moest opletten met de mogelijk onbedoelde conotatie van deze overigens originele uitdrukking, maar zonder veel succes. De collega's en ikzelf hebben dan maar de uitdrukking overgenomen en ingeburgerd, we vonden het wel leuk klinken.

 

In ieder geval, de 'perverse' effecten van Litican zijn allicht deze benaming waardig. Het blijkt een bloemlezing van redelijk krankzinnige symptomen. Een impressie :

- scheve hals;

- kaakkramp;

- abnormale oogbewegingen;

- krampachtige achteroverstrekking van het hoofd;

- geritmeerd uitsteken van de tong;

- onvrijwillige bewegingen van het gezicht.

- ...

 

'k Zal maar thuis blijven dit weekend, zeker?

 

Cancer Chick

 

 

18:43 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

26-07-06

Halfweg met de chemo hip-hoi (26-07-06)

Maandag derde chemo gehad en je hoort mij niet klagen : ik heb beduidend minder last dan vorige keer, dus dat is heel hoopgevend voor de volgende keren. Ik voel me niet bepaald lekker, maar ben lang niet zo misselijk als de tweede keer. ’t Is meer zo ’t gevoel van een zware indigestie… draaglijk dus.

 

Nog goed nieuws is dat ik halfweg ben! Drie gehad, nog drie te gaan : we kunnen beginnen aftellen.

 

En ’t houdt niet op vandaag : nog meer goed nieuws is dat ik met dokter B. gesproken heb en dat ik de volgende drie keren Taxotere krijg in plaats van FEC. Als ik de literatuur mag geloven ben je minder misselijk van Taxotere, daar zijn we blij mee! Maar wat belangrijker is, is dat er minder kans bestaat op lange termijn bijwerkingen zoals leukemie… Bovendien is het minder toxisch voor het hart en zoals gezegd wijzen een aantal studies op een gunstigere prognose voor vrouwen in mijn geval. Je zou het nog met plezier naar binnen gieten, als je dat allemaal hoort!

Maar ook hier zijn er weer wat addertjes onder het gras... je wimpers, wenkbrauwen en nagels gaan er bijvoorbeeld van uitvallen, maar ach, die groeien wel terug. Met een beetje geluk ontsnap ik daar zelfs aan. Er zijn ook wel vaker allergische reacties op Taxotere, dus moet ik extra cortisone nemen op voorhand. Dat valt tegen want ik begin al op te blazen van de beperkte dosis die ik nu krijg... Gisteren na de chemo werd ik wakker met zo'n pafferig gezichtje : iééék!

 

Voor de rest probeer ik nu zoveel mogelijk aan de waggel te blijven, dan vliegen deze slechte dagen voorbij.

 

Cancer Chick

15:22 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

23-07-06

Afscheid van de pups (22-07-06)

’t Is zover, de acht weken zijn om, morgen vertrekken de pups naar hun nieuwe eigenaars. Eéntje blijft nog twee weken langer bij ons, zijn nieuwe baasje is nog met vakantie.

We zien het afscheid met gemengde gevoelens tegemoet. Enerzijds is het een opluchting : de laatste maand was het hard werken, vooral voor manlief, want ik ben de laatste weken uit voorzorg vaak op afstand gebleven met mijn verzwakte weerstand. Bovendien is er geen huis te houden met acht honden tegelijk. Gewoon door de tuin wandelen is al een riskante onderneming : je wordt in je blote tenen gebeten, nagels krassen in je benen, in het beste geval strompel je gewoon over een paar over-enthousiaste exemplaren. Alle opblaasspullen voor het zwembad van de kinderen zijn vakkundig geperforeerd, de bloemenperkjes zijn herschapen in een slagveld, overal in de tuin slingeren stukjes vod, karton, hout, plantenpotjes, de slippers van Karlien vertonen honderd gaatjes… Een echte puinhoop wordt het, niet in de hand te houden. Maar ze amuseren zich hier wèl rot.

Anderzijds zullen we ze missen : we hebben ze helpen geboren worden, we hebben ze verzorgd en gekoesterd, en daar krijgen we vandaag een overvloed aan puppy-love voor terug. We hebben ze leren kennen én de juiste pup bij het juiste baasje proberen te matchen. De nieuwe baasjes kozen de namen, de kinderen plakten er een passend adjectief bij. Zeven typetjes op een rij : vrolijke Vince, fijngevoelige Figor, kapoene Kai, formidabele Fonz, felle Fara, flukse Fara-Flo en flinke Findra. Tot kijk super-schatjes, het gaat jullie goed!

 

 

Woensdag had ik een nieuwe bloedname, bleek dat mijn WBC onverwachts nog méér gezakt waren  tot 280… Vandaag zaterdag dus opnieuw een bloedcontrole gehad. U leest het goed : ZATERdag. Het loopt weer helemaal lekker met de opvolging sinds dokter B. terug is uit vakantie. Zijn correcte en toegewijde attitude op dat vlak staat tot op heden buiten alle verdenking. Gelukkig zijn de WBC uiteindelijk terug flink gestegen, de derde chemo zal dus allicht niet moeten uitgesteld worden, wat toch heel belangrijk is voor de effectiviteit van de chemotherapie. Na een piepkleine verbale schermutseling met de gyneco-oncoloog krijg ik maandag, bij de volgende chemo, uit voorzorg groeihormonen toegediend (Neulasta). Dit moet de neutropenie (neutrofielendip) beperken. Great!

 

Maandag dus derde chemo. Opnieuw samen met een hittegolf, verdomme. Nooit gezien in België, zo’n opeenvolging van hittegolven, maar als ik chemo heb, heb ik prijs. U kan misschien alvast aan zee boeken in de week van 14 augustus, want dan is mijn volgende chemosessie, het wordt gegarandeerd weer bloedheet die week.

Ik ga vragen of ik een paar infuuszakken fysiologisch water meekrijg, dan kan ik die via de port-a-cat binnengieten, dan hoef ik niet zoveel water te drinken. Ik ben altijd een fervent waterdrinker geweest : ik drink het ’s morgens, ’s middags én ’s avonds en ben er dol op. Maar als ik chemo gehad heb smaakt het onbeschrijflijk vies.

Naast alles wat met eten en drinken te maken heeft is er ook nog één groot taboewoord, na de chemo, en dat is ‘ijsblokjes’. Die moet ik opzuigen terwijl het rode zakje binnensijpelt. Vorige keer ben ik op dat moment misselijk geworden en door de associatie kan ik sindsdien geen ijsblokjes meer ruiken of zien. De diepvriezer openen is al genoeg, die geur… Uuuurgh. Het is blijkbaar een veelvoorkomend fenomeen. Vorige week sprak een andere patiënte me erover aan. We hebben het woord één keer uitgesproken en verder over ‘dingskes’ gepraat, we kregen allebei terstond last van onze maag. Zij gooit ze nu altijd uit haar glas als ze een terrasje doet. Ik ook. ’t Is wel lastig als de ober je glas al volgeschonken heeft, dan moet je gaan vissen met je vingers… We hebben ‘smakelijk’ gelachen met onze miserie en elkaar geholpen om een alternatief te vinden voor de volgende chemosessie. Zij gaat voor de Magnum, ik kies voor de ijslollie.

Als ik volgende week toevallig langskom, hou alstublieft uw dingskes in de vriezer.

 

Cancer Chick

 

 

 

 

00:19 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

19-07-06

Terug boven water (18-07-06)

Gisteren hadden we terug 375 WBC : nog onder de gevarengrens, maar wel terug stijgend. We hebben dus opnieuw een dip gehad dit weekend, maar mogelijk niet zo dramatisch als vorige keer… Ik voel me ook terug wat beter. Zo’n WBC-dip gaat blijkbaar gepaard met een extreem gevoel van slapte. Mijn energieniveau zat dit weekend dan ook onder nul, als een schotelvod van de platste soort.

Maar het was niet leuk om weer bang te zijn. Ik word er krikkel van. Vanaf 37,5°C moet ik naar spoedgevallen… zondagavond voor het slapengaan had ik 37,3°C… Shit! Wat doe je dan? Gaan slapen? Toch naar spoed? Wekker zetten om opnieuw koorts te nemen? Ik ben gewoon uitgeput in een rusteloze slaap gesukkeld, ik had eenvoudigweg de puf niet om te reageren. ’s Morgens om 5u wakker geworden, terug temperatuur genomen : gelukkig gezakt naar 36,7°C. Oef… nog enkele uren rustig geslapen. We zijn er weer door zonder kleerscheuren.

 

Op VijfTV – die ‘wijvenzender’ volgens Lukas – draait nog steeds elke weekdag ‘Sex & the City’. Ja, ik ben een fan, ben dol op de fijne humor. Eén van de betere exportproducten van de VS van de laatste jaren. Vrijdag pikte ik de aflevering toevallig mee, bleek het net die aflevering te zijn waarin Samantha ontdekt dat ze borstkanker heeft. Tot mijn complete verrassing greep het me geweldig naar de keel. Met enige schroom moet ik toegeven dat zelfs mijn ogen volschoten (bij een feuilletonneke als Sex & the City nog wel, tjéézes!).

Alle herinneringen aan die eerste week kwamen in alle hevigheid terug boven.

Wat een shitweek was dat. De vertwijfeling, de angst, de paniek… Uiteindelijk ben ik die week, tegen mijn natuur in, vooral bij de gratie van liters wijn heelhuids doorgekomen. Als ik er nu zo op terugkijk, besef ik pas welke weg ik al afgelegd heb op die overigens korte periode… Het lijkt een eeuwigheid geleden. Wat was ik nog een groentje, voordien. Vandaag ben ik ouder, wijzer, cynischer, nuchterder (jaja, ook letterlijk, no worries), rijper, en… ja toch wel : sterker ook. 

Wie of wat krijgt mij nog klein eens ik deze strijd gewonnen heb?

 

Nochthans besef ik nog niet altijd ten volle wat mij overkomt. Dat merkte ik vandaag nog. Ik ging voor een ‘tweede mening’ naar een oncologe in het Middelheimziekenhuis. Bij de receptie wees een dame mij de weg : ‘Je gaat naar -1 en volgt daar de bordjes ‘Oncologie’’.

Het flitst als een reflex door mijn hoofd : ‘Oncologie? Hu? Die dame vergist zich. NIKS mee te maken.’ En dan is er heel snel dat andere stemmetje in mijn hoofd : ‘Euh, jawel, Kristien, je hebt nu KANKER, weet je nog wel?’ Shit, ja. Op zo’n moment loopt er een koude rilling over mijn rug.

Ik weet niet of het komt omdat het een vrouw was, maar in ieder geval : ik had een schitterend gesprek met de oncologe. Ze nam haar tijd, luisterde, beantwoordde mijn vragen, luisterde nog, vertelde wat, luisterde nog meer… Ik heb er een vol uur gezeten, en op geen enkel moment had ik het gevoel dat ze wou afronden, wel integendeel. Uiteindelijk heb ik  zelf afgerond, omdat ik me ongemakkelijk voelde zoveel van haar tijd te nemen. We hebben samen mijn dossier doorgenomen en gekeken wat mijn situatie is, wat mogelijke opties zijn, wat de beste behandeling is. Ze duwde me ook wel met mijn neus in mijn pipi, toen ze de kritieke factoren van mijn dossier herhaalde : erg kwaadaardige vorm van kanker, okselklieren aangetast compleet met woekering doorheen het kapsel van de lymfeklieren… bijzonder pijnlijk nu ik net die details comfortabel aan het vergeten was. Maar ze benadrukte gelukkig ook de hoopgevende zaken : Neu-receptor negatief, grote hormoongevoeligheid…

Ze sprak over de mogelijkheid om het standaard 6x CEF-schema (Cyclofosfamide, Epirubisine en 5FU) van de chemotherapie te vervangen door 3x CEF en 3x Taxotere (extract van de Taxusboom, ook groot vergif maar ’t is eens wat anders dan mostergas). Het wijkt af van het standaardschema, maar wint meer en meer veld als behandeling voor vrouwen met positieve okselklieren en hormoongevoeligheid, zoals in mijn geval. Wetenschappelijk onderzoek bewees een winst in prognose met zo’n 2 à 3% extra. Nou, voor mij is elke procent meegenomen! Officieel zit ik aan 75% kans op 5-jaarsoverleving, maar ik mocht er al eerder 5% bijrekenen tot 80%. Laat maar komen die extra procenten!

Nu nog een manier vinden om dit met mijn eigen oncoloog te bespreken, zonder dat die zich ‘gepakt’ voelt… Ik heb geen zin om de man die mijn leven in handen heeft op de zenuwen te werken. Weer stof om over na te denken, tot maandag.

 

Morgenvroeg nieuwe bloedname, maar mijn barometer zegt al dat het goed is, ik voel dat ik er bovenop aan het komen ben. Daarna rijd ik met de kids door naar zee voor een nachtje.

Ik verlang ernaar in de zee te gaan zwemmen.

 

Cancer Chick

00:48 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (3) | Tags: taxotere |  Facebook |

16-07-06

Zeur-tijd, deel 1 (16-07-06)

Af en toe heeft een mens recht op wat zeurtijd, en al zeker een kankerpatient. Dit is zo’n moment. Ik heb het alvast ‘deel 1’ genoemd, kwestie van duidelijk te maken dat er nog wel meer van die momenten zullen volgen, en om diegenen die deze stukken willen overslaan alvast te waarschuwen.

 

Donderdag. Controle bloed 11e dag na de tweede chemo. Ik ben natuurlijk beducht op een nieuwe dip in mijn WBC (witte bloedcellen), zoals vorige keer. Een half uur na de prik is de uitslag er : neutrofielen 530 (gevarengrens 500), monocyten slechts 30.

De monocyten spelen een belangrijke rol, omdat ze een aanwijzing zijn of je in stijgende of dalende trend zit met de veel belangrijkere neutrofielen. 30 is bijzonder laag en zonder stijgende trend duidt dit  hoogstwaarschijnlijk op een nieuwe duikvlucht van de WBC in de komende dagen, neem ik aan met mijn gezond boerenverstand.

De verpleegkundige deelt mijn waarden mee en belt naar de assistent met dezelfde boodschap. Ik hoor haar alleen over de 530 spreken. Zonder de context klinkt dit uiteraard goed want boven de gevarengrens. Ik roep op de achtergrond dat mijn monocyten slechts 30 zijn zonder stijgende trend, dat ik vorige keer ook zo laat ben beginnen zakken, en dat ik dus duidelijk opnieuw de dieperik in ga dit weekend. Ze herhaalt dan maar mijn boodschap aan de assistent.

 

Ik heb een redelijke hekel aan dit soort momenten, waarop ik het gevoel krijg dat ik zelf bij de pinken moet blijven om de kwaliteit van mijn behandeling te verzekeren.

 

Ik hoor haar de boodschap van de assistent herhalen : ‘Binnen 2 dagen terugkomen voor opvolging… ok... ah nee, dan is het weekend, dat gaat dus niet… ok, maandag dan’. Dat is binnen 4 dagen in plaats van overmorgen! Ik sputter tegen. Ik kan toch zo niet naar huis? Haar antwoord is laconiek : ‘Tja, hier is niemand zaterdag. Uiteindelijk kan je toch niet veel doen hé, kom gewoon maandag terug.’

Ik druip af met mijn staart tussen mijn benen, pruilend als een afgewezen klein kind.

Hier moet ik toch eens over nadenken. Ik besluit er een nachtje over te slapen en morgen actie te nemen.

 

Vrijdag. Dit kan ik toch niet zomaar over zijn kant laten gaan? Ik bel het ziekenhuis, wil de gynecoloog-oncoloog dokter B spreken. Ik krijg de assistent aan de lijn. Een reproductie van de conversatie :

-         Ik heb gisteren een bloedname gehad, en mijn neutrofielen zijn 530, terwijl mijn monocyten slechts 30 zijn. Dit lijkt sterk op een herhaling van het scenario van vorige keer en ik vrees dat mijn WBC dit weekend opnieuw een duikvlucht nemen.

-         Ja, dat zou wel eens kunnen kloppen.

-         Er was mij vorige keer gezegd dat dit uit voorzorg beter zou opgevolgd worden, ik begrijp nu dat dat niet kan omdat het weekend is. Als het feit dat het weekend is de enige reden is waarom ik geen opvolging krijg, heb ik daar een heel ongemakkelijk gevoel bij, dat lijkt me geen geldige reden. Ik wil graag morgen een bloedname.

-         Ja, dat is een lastig geval.

-         Hoezo?

-         Wel, eigenlijk is dokter B met vakantie, en ikzelf ben er ook niet morgen, ik ben in het buitenland. Maar misschien kan je bij je huisdokter een bloedname laten doen?

-         En wat doe ik dan met de uitslag?

-         Ja, dat is nu precies het probleem. Er is eigenlijk niemand om die uitslag te interpreteren.

-         Jamaar, dat kan toch niet, er moet toch iémand zijn?

-         Ja, er is gynecoloog V die wachtdienst heeft, maar dat is geen oncoloog, en die zal geen beslissing nemen in de behandeling naar aanleiding van jouw geval.

-         ??? F, dat kan toch niet?

-         Ja, vervelend geval. Maar eigenlijk kan je toch niet veel doen als je weer zo diep zakt, buiten wachten tot het beter wordt.

-        Maar ik zou bijvoorbeeld toch preventief antibiotica kunnen nemen?

-         Ja, dat zou je kunnen doen. Maar dat is ook weer niet zo’n goed idee moest het achteraf niet nodig blijken.

-        Dat is ook precies de reden waarom ik een nieuwe bloedcontrole wil!

-         Ja, dat begrijp ik, lastig geval…

 

Ik krijg een zeer onbehaaglijk gevoel. Er wordt veel poeha gemaakt rond het belang van die opvolging, maar als die dan toevallig in een weekend valt, is ze plots niet meer zo nodig. Waar zijn we mee bezig?

Het wordt me ook langzaam duidelijk dat F noch met een voorstel, noch met een oplossing zal komen. Ik geef dan maar zelf de voorzet :

 

-         Dus, als ik het goed begrijp, heb ik 3 opties :

o        Of ik doe niets, neem het risico en wacht tot maandag;

o        Of ik kom morgen bloed laten nemen en interpreteer zélf de resultaten, op eigen risico, en neem dan desgevallend antibiotica;

o        Of ik ga naar Leuven.

-         Jjjjaaa… zo zou je ’t kunnen stellen… Maar weet dat dokter B wel heel voorzichtig is met die preventieve bloedcontroles. De meeste oncologen doen dat niet en wachten gewoon tot patienten koorts krijgen voor ze in actie schieten. Dat kan jij dus ook doen dit weekend.

 

Laps. So far voor de mooie beloften in verband met strikte opvolging. Gaat ie weer zijn eigen behandelingstechnieken relativeren. Leuk voor het vertrouwen.

 

Ik sluit het gesprek af, begrijp dat ik hier niet verder kom. Ik voel me verschrikkelijk in de steek gelaten, aan mijn lot overgelaten. Dit is nu écht een materie waar ik, voor de verandering, liever gewoon mijn wagonnetje zou willen aankoppelen en me laten leiden in plaats van de locomotief te moeten zijn. Ik ben al te zeer betrokken partij.

Wake up, baby, this is the real world.

Dit zijn harde momenten. De confrontatie met de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Voor hem gaat het alleen over zijn job, voor mij gaat het over mijn leven. Hoe kan ik in godsnaam leren omgaan met die discrepantie?

Of : hoe een mensenleven in het weekend plots minder belangrijk wordt dan in de week.

 

Ik besluit uiteindelijk het weekend in een soort van omgekeerde isolatie thuis door te brengen. Het lijkt me niet zo’n goed idee zonder WBC al te lang in een ziekenhuis dat op weekenddienst draait door te brengen. Thuis is het veiliger op het vlak van ‘ongewenste bacteriën’. Ik hou de thermometer binnen handbereik. Als ik koorts krijg rijd ik wel naar Leuven.

We staan weer helemaal met onze twee benen op de grond.

Stevige les in nuchterheid.

 

Zelden voelde ik me zo’n onbetekenend kleine stip op deze verrekte aardkloot.

 

 

Cancer Chick

 

 

 

 

 

00:18 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

13-07-06

Tips voor kale kankerdames (13-07-06)

Ook geen zin om een pruik op te zetten met deze verzengende hitte?

Hier is een fris en goedkoop alternatief :

-          koop een Buff (zo’n ultralicht piratenmutsje) : bij AS Adventure ‘the real ones’ met motiefjes voor  +/- 15€, bij Veritas 'the fake ones' in verschillende effen kleurtjes à 2,5€/stuk

-          koop een mooie sjaal, liefst in katoen, dat schuift niet (ter voorkoming van onprettige incidenten)

-          zet de buff op je kale knikker

-          draai er de sjaal een paar keer rond en knoop hem achteraan in je hals

-          klaar!

 

Het voordeel is dat je eindeloos kan variëren met verschillende kleuren buffs en sjaals, passend bij je outfit. Succes en bijval – broodnodig in deze duistere tijden – verzekerd!

De sjaal kan je desgewenst vervangen door een kleurige haarband.

Fleur het geheel nog wat op met een paar oorbellen en een halsketting, die trekken de aandacht weg van het plaatselijke drama op je hoofd. Maak niet de fout hierbij voor oorringen te kiezen, want dan kan je net zo goed meteen als Piet Piraat gaan figureren.

 

De buff kan je, als het wat frisser wordt, vervangen door een simpel katoenen babymutsje. Zonder omslag passen die zelfs op mijn uit de kluiten gewassen hoofd. Je vindt ze voor de luttele prijs van 1€ bij Zeeman in wit, babyroze en babyblauw. De twee laatste kleuren gebruik ik om voor de hand liggende reden alleen om mee te slapen.

 

Bijgaande foto’s illustreren het geheel ter verduidelijking. De foto’s dateren van vorige week, met enige moeite én een vergrootglas kan u dus zowaar nog enige hardnekkige sprieten haar ontwaren die zich niet zomaar door een chemootje op de kop laten zitten (of juist wèl, letterlijk dan).

 

Met dank aan de humaniora-vriendinnen voor het styling-advies.

 

Cancer Chick

 

 

 

 

 

 

18:42 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

11-07-06

Nieuwe borstjes (11-07-06)

Gisteren heb ik een afspraak gemaakt met de plastisch chirurg. Om nieuwe borstjes te bestellen, hihi.

Waarom nu al? ’t Kadert in mijn strategie om perspectieven te creëren, vooruit te kijken naar  het begin van de rest van mijn leven. Psychologisch heel belangrijk, dunkt me. In datzelfde kader heb ik me trouwens ook al laten inschrijven voor een intensieve sporttraining : 2x per jaar start er een speciale training voor kankerpatienten die hun behandeling achter de rug hebben, met de bedoeling ze terug op een degelijk fysiek niveau te brengen.

Maar goed : de borstjes dus. Ik weet er nog niet het fijne van, maar ze halen tegenwoordig met een vrij recente techniek van borstreconstructie – de ‘diepflap’ - verbluffende resultaten. Ze nemen een stuk vet uit je buik en maken daar een nieuwe borst van, met een heel natuurlijk resultaat als gevolg, met gevoel en al. Niks geen siliconboobs die, zelfs als je plat op je rug ligt, tegen alle wetten van de zwaartekracht in omhoog blijven wijzen, maar échte borsten.

De operatie op zich is wel veel zwaarder dan de mastectomie : ze duurt zo’n 9 uur en vraagt een tiental dagen hospitalisatie, maar goed : il faut souffrir pour être belle, nietwaar. Het is tenslotte een constructieve operatie, na vele maanden van destructie.

 

Nochthans moet ik zeggen dat ik, tot mijn eigen verbazing, emotioneel weinig of geen moeite heb met het feit dat ik het nu moet stellen met één borst en een prothese. Ik heb me op geen enkel moment minder ‘vrouw’ gevoeld omdat ik toevallig een borst kwijt ben. Dat gevoel zit immers tussen je oren, niet tussen je armen. De prothese maakt eigenlijk al helemaal deel uit van mijn lichaam, ze zit als gegoten en voelt lekker warm en zacht aan, zoals het hoort. Het aan- en uitdoen is voor mij een even normaal onderdeel geworden van mijn dagelijks toilet als voor iemand anders met zijn contactlenzen, denk ik. De eerste dagen schikte ik ze ’s avonds netjes terug in haar doos, maar dat heeft niet lang geduurd. Nu kwak ik ze ’s avonds gewoon op het badkamerkastje en ’s morgens floep ik ze even snel weer aan. 't Is vooral wennen voor de andere gezinsleden, denk ik, dat ik tegenwoordig mijn borst aan en uit doe en dat dat blubberding dan op de kast ligt na te trillen.

Gekleed zie je overigens geen verschil met vroeger, ook niet in badpak. What’s the problem then? Ik had vroeger toch al niet echt de gewoonte om vaak met ‘spleetjes’ te koop te lopen en ik heb daar vandaag evemin behoefte aan, dus dat mis ik niet. Het aantal kledingstukken uit mijn kast dat ik niet meer aan kan, kan ik op mijn één hand tellen. En als er al iemand, als ik een topje draag, toch per ongeluk iets verkeerd ziet piepen, dan is dat maar zo. ‘Et alors?’

Voor iemand die het weet, hoef ik het toch ook niet meer zo nodig wanhopig te verbergen? Die wéét het al!

 

Waarom dan toch plastische chirurgie, als ik dit zo geweldig vind, hoor ik u denken?

Wel, allicht omdat ook iemand met contactlenzen, die overigens heel tevreden is met zijn surrogaat, toch misschien stiekem droomt van een keratotomie. Terug de vrijheid krijgen om zonder hulpstukken door het leven te gaan. Want hulpstukken gaan stuk, of kunnen verloren gaan (en dan zijn wij verloren zonder ons hulpstuk), of geven ongemak op vakantie of in gezelschap… Ook mijn prothese is al een paar keer met een doffe plof op de grond gesmakt, als ik bijvoorbeeld iets wou oprapen. (Was me dat schrikken van dat geluid, de eerste keer). Sindsdien ben ik wat voorzichtiger geworden en heb ik me een paar speciale bh's aangeschaft… Het idee aan dergelijk incident 'in public' trekt me niet bepaald aan.

Dààrom dus. En last but not least omdat ik vind dat ik te jong ben om de rest van mijn leven met één borst rond te lopen. Enige ijdelheid is ook mij niet vreemd : ik ben en blijf een trotse vrouw en wil er graag goed én gaaf uitzien.

Dus : na ‘Operation downsize me’ komt ‘Upsize me again’!

Ik hoop alleen dat, als het zover is, ik niet zo trots ga zijn dat ik aan iedereen het resultaat wil tonen, zoals je soms wel eens ziet bij vrouwen in gelijkaardig geval, die dan totaal niet meer beseffen dat dat eigenlijk wel héél gênant is. U bent alvast gewaarschuwd : don’t abuse me, hou me alstublieft tegen als het zover is.

 

Cancer Chick

 

01:16 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (5) | Tags: borstreconstructie, diepflap |  Facebook |

08-07-06

Nieuw leven in huis (08-07-06)

Oef! We zijn er weer even door, we hebben het ergste gehad. De eetlust is nog niet helemaal terug, maar de misselijkheid is grotendeels weg. Een hele opluchting. Ik heb tegen beter weten in beslist me toch maar op te  trekken aan diegenen die zeggen dat het niet noodzakelijk bij elke chemo erger wordt, maar dat er niet echt een lijn in zit en dat het volgende keer best weer beter kan gaan. Even testen hoe dat zit met de kracht van de geest op het lichaam en de autosuggestie!

 

Eén van de praktische problemen van het begin van deze week had betrekking op onze puppies : 7 stuks, mini-Weimaranertjes, inmiddels ruim 5 weken oud. Het idee en de conceptie van het nest dateren uiteraard van ‘voor’ de kanker. Maar achteraf gezien is het eigenlijk een welkome afwisseling, die kleine hummeltjes in huis. Het nieuwe leven brengt ons veel vreugde.

Ik had mijn bezigheid in de afgelopen weken met alle administratieve beslommeringen : het verkopen van de pups via internet, het selecteren en ontvangen van de toekomstige eigenaars, het aanvragen van de stambomen en paspoorten, het regelen van de tatouages, het verzorgen, eten geven, ontwormen, opvoeden… Ook voor de kinderen zijn ze een dagelijkse bron van plezier en een aangename afleiding. De eerste maand zorgde moeder Yndra voor hen, sinds een goede week hebben wij overgenomen. Een stevige dagtaak : vier maal per dag eten maken voor de hele bende, pipi-kaka opkuisen, nestje proper maken… Na het eten mogen ze zo’n half uurtje in de tuin rondhossen en dan is het opletten geblazen voor de blote tenen : ze krijgen al behoorlijk scherpe tandjes!

Maandag liep het dus even mis : ondanks alle goede zorgen bleek er eentje, toen ik pas thuis kwam van de chemo, behoorlijk ziek. Om niet in de onsmakelijke details te moeten treden : laat ons het erop houden dat hij alle tekenen vertoonde van een ernstig gestoorde spijsvertering annex darmhuishouding. Voor zo’n kleine uk met beperkte weerstand kan dat, zeker met die hitte, heel snel fataal aflopen (Waar heb ik dat nog gehoord onlangs? Ik voel enige verbondenheid met deze kwetsbare wezentjes). In zeven haasten dus naar de dierenarts, die hem alle nodige zorgen toediende, vurig hopend dat het een geïsoleerd geval bleef (Was het niet die pup die ik vanmiddag een boterbloempje had zien uitspuwen?). Maar nee hoor : korte tijd na mijn thuiskomst van de dierenarts waren er alweer twee andere ziek. ’t Was dus iets besmettelijks, en dan weten we dat ze alle zeven zullen volgen…RED ALERT!

Om 22u ’s avonds dus opnieuw, met de hele bende dan maar, jankend in een grote kartonnen doos, naar de dierenarts… Tot laat ’s avonds hebben we gewerkt om alle pups te verzorgen en alle onwelriekende sporen uit te wissen. Gelukkig waren er wat helpende handen in de buurt, want alsof het nog niet genoeg was, gaf mijn wasmachine nog de geest zodat ik de boel niet proper kreeg.

De volgende dag waren ze er wonder boven wonder, en waarschijnlijk ook wel een beetje door onze snelle en adequate reactie, helemaal terug bovenop.  Een hele opluchting. Stel je voor dat je aan 7 smachtende nieuwe eigenaars moet gaan vertellen dat er geen pupjes meer zijn…

 

Veel meer dan een gevoelig lichtere portefeuille en een knallende lumbago van het vele bukken zonder aan mijn rughygiëne te denken hebben we er niet aan overgehouden.

Maar ze zijn onvoorstelbaar schattig en zo onschuldig en dat maakt het allemaal goed. Het is heel grappig ze door de tuin te zien huppelen met hun te dikke buikjes op hun nog te korte beentjes waardoor ze in al hun enthousiasme om de haverklap hun evenwicht verliezen en op hun bek gaan, waarna ze ongestoord rechtkrabbelen en met gestrekte voorpootjes – helemaal John Cleese in zijn ‘silly walk’ - verder wankelen.

Als we ze vastpakken om te knuffelen dan kijken ze ons aan met hun smachtende, verliefde, bewonderende, to-taal ontwapenende blik en vallen de bommetjes energie aan onze – al of niet ersatz - boezem stil met een gelukzalige zucht… en wij smélten.

Als dat niet de moeite waard is…

 

Cancer Chick

 

 

22:19 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

06-07-06

Tweede chemo : bweurk! (06/07/06)

Heb ik te hard geroepen dat alles zo goed ging? Deze week is geen lachertje. Maandag 2e chemo gehad, heb geen zin er nu veel details over te vertellen, wil het samenvatten met één woord : BWEURK!!!!! Wat is het rottig om mottig te zijn.

Dat valt dan nog samen met een hoop praktische problemen en toestanden die van het begin van deze week een kleine uitputtingsslag maakten. Snel te vergeten.

 

Oh ja, toch nog even dit : het is ten strengste verboden met kankerpatienten in de eerste dagen na de chemo over eten of drinken te praten. Met dank voor uw begrip.

Hopelijk morgen beter.

 

Cancer Chick

12:34 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

02-07-06

'Hoe gaat het met je?' (02-07-06)

Een vraag die me wel heel vaak gesteld wordt de laatste tijd : ‘Hoe gaat het met je?’. Meestal antwoord ik dan ‘Goed’. Het kan misschien vreemd klinken, maar dat zeg ik dan niet omdat dat nu eenmaal het sociaal wenselijke antwoord is, maar wel omdat het gewoon zo is, althans : relatief gesproken toch. Het gaat, gezien de omstandigheden, door de band genomen en tot hiertoe nog prima met mij. Zeker mentaal, en meestal ook fysiek.

Nu zijn er allicht mensen die die ‘goed’ wel heel letterlijk  nemen, en ervan uitgaan dat mijn ‘goed’ van vandaag dezelfde is als mijn ‘goed’ van 2 maanden geleden, voor de kanker. Dàt is niet helemaal waar, natuurlijk. ’t Is nu eenmaal een relatieve ‘goed’, vandaag.

Maar het praat niet zo makkelijk, als je elke keer als iemand de hamvraag stelt, zou moeten antwoorden : ‘Goed, behalve dan…

-          dat ik nog altijd een voos gevoel heb achter mijn rechteroksel;

-          dat ik mijn GI-Jane kapsel nu verrassend snel inruil voor een Kojak-look;

-          dat ik na de chemo veel moet drinken, terwijl ik dan al moet kokhalsen van de gedàchte aan een glas water, en dat mijn tweede sessie nu opnieuw samenvalt met een hittegolf;

-          dat mijn rechterarm zwelt met het warme weer;

-          dat ik met mijn leukopenie (WBC-tekort) door het oog van de naald gekropen ben;

-          dat ik soms het gevoel heb dat al mijn tanden uit mijn mond gaan vallen;

-          dat ik soms bang ben om dood te gaan;

-          dat ik zoals een doordeweekse bomma nu vaak een middagdut nodig heb;

-          dat ik, als ik rechtsta, al mijn gewrichten voel kraken, soms door mijn knieën knik en vrees nog eens op mijn smoeltje te zullen smakken;

-          dat ik evenwichtsstoornissen heb;

-          dat na de eerste chemo mijn kin een nooit geziene teelt van puisten en koortsblazen vertoonde;

-          dat mijn hersenen meer en meer de allures van een luchtige gruyère krijgen;

-          dat ik heel vaak om 5u ’s ochtends klaar wakker ben (en wie mij een béétje kent weet dat dit misschien nog het meest schokkende bijverschijnsel is);

-         

… maar voor de rest is alles prima!’

 

De moeilijke momenten, die zijn er zeker ook, maar ik vrees dat die gereserveerd worden voor de ‘intimi’. Ocharme de intimi. Ik kan me voorstellen dat het heel moeilijk moet zijn als intimus op zo’n momenten machteloos aan de zijlijn te moeten toekijken. Zo frustrerend! Dus, bij deze, allerliefste intimi : ongelooflijk bedankt voor jullie steun en gefeliciteerd met jullie stevige ruggegraat. Het wordt zeer gewaardeerd. En het hélpt.

Gelukkig blijft het nog altijd beperkt tot moeilijke momenten, die snel weer overwaaien.

Er is zelfs weer goed nieuws : de laatste paar dagen voel ik me niet alleen relatief maar ook absoluut zeer goed. Ik ben vol energie en prima gehumeurd. De moeheid is helemaal weg, ik ben zelfs weer in zo’n ‘hyper’-periode : mijn Duracell-konijntjes dagen. Zo’n periode had ik kort na de eerste chemo ook. Ik sta vroeg op en ben meteen in de weer met vanalles en nog wat : de hondjes, de paarden, de was… en moet mezelf dwingen na een uurtje ofzo om toch maar even te gaan zitten om te ontbijten. Vervolgens kan ik niet snel genoeg op mijn fiets springen, ergens naar toe rijden, kilometerkes wreten, ’s middags snelsnel een hap uit het vuistje en gewoon doorgaan doorgaan doorgaan. Heel vreemd. Ik kan mijn eigen tempo niet volgen. Iemand heeft me op zo’n dag al eens gevraagd of ik al EPO kreeg misschien, maar néé, dat krijg ik pas als mijn RBC te laag zijn en die zijn prima! Stel je voor wat dat geeft als ze me écht EPO geven, dan ga ik gewoon door het dak.

Gisterenavond was het ook weer zo… ik was weer vrolijk op mijn Duracelltrommeltje aan ’t timmeren, verbaal deze keer : ratel-ratel-ratel... Lukas trok lacherig een scheef gezicht : ‘Amaai mama, dat zit niet goed met die chemo van u hoor, nie normàààààl!’ Enfin, dat is zo’n beetje zijn manier om te zeggen dat hij het eigenlijk wel geweldig vindt.

Je ziet, er zijn zelfs voordelen aan de chemo : ik word er ook prettig gestoord van (of was ik dat altijd al? Dan heb ik nu  lekker wèl een excuus).

Dus : hoe het met me gaat? Heel goed vandaag, dank u.

Helemaal klaar voor het volgende litertje vergif dat ze maandag door mijn aderen gaan spuiten.

Laat maar komen!

 

Cancer Chick

 

 

15:21 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |