29-06-06

De Shinnead O'Connor-look is een feit (28-06-06)

Maandagavond is het begonnen. Wanneer ik door mijn haren streek, had ik een al te rijke buit aan dode haren mee. Ik wou het niet zover laten komen dat het met hele plukken uitviel, dan liever zelf het heft in handen nemen. Vandaag heeft Katrien mij gekortwiekt : eerst met de schaar, dan met de tondeuze tot 5 mm.

We zitten in het zonnetje op het terras gedurende de hele operatie. Ik zie mijn spiegelbeeld in de ruit en merk op dat ik nu meer op mijn oudste broer lijk. Katrien haar repliek is dat ze nu 4 broers heeft in plaats van 3, nu ik niet alleen een borst maar ook nog eens mijn haar kwijt ben. Zolang we maar kunnen lachen…

We bewaren de afgeknipte haren in een zakje. Zo kan ik tenminste pochen dat ik àl mijn haren nog heb... in een zakje op mijn nachtkastje.

’t Is effe wennen, maar zo slecht vind ik het eindresultaat eigenlijk niet.

De kinderen denken er anders over. Karlien vraagt mij tot 5 keer toe, haar neus in dikke rimpels omhoog getrokken, of ik toch niet mijn pruik wil opzetten. Lukas maakt met wat binnensmonds gemompel en afgewende blik duidelijk dat zijn appreciatie voor mijn uiterlijk ook onder het vriespunt gezakt is. Tja…

Ik vind het best fris met dit warme weer, en blijf de hele avond zo rondlopen. Nè.

 

De week was niet zo goed begonnen : maandag 2e bloedcontrole, 14e dag na de eerste chemo.

Er wordt hierbij vooral gekeken naar de witte bloedcellen (WBC), de rode bloedcellen (RBC) en de bloedplaatjes (BP). Vooral de WBC zijn belangrijk, en meer bepaald de Neutrofielen,     die ons beschermen tegen bacteriële infecties. Eén van de mogelijke bijwerkingen van de chemo is immers dat de WBC gevaarlijk laag kunnen zakken, waardoor we weerloos worden tegen infecties die dan op zeer korte tijd het lichaam fulminent kunnen besmetten. Een levensbedreigende situatie, dus. Normaal hebben we in gezonde toestand zo’n 4 à 7000 van die Neutrofielen per bloedeenheid.

Vorige week was ik gezakt naar 1000, maar de assistent stelde me gerust dat ze zich pas ernstig zorgen beginnen maken als ze onder de 500 zakken.

Maandag blijkt dat ik er nog welgeteld… 89 heb.  Oeps.

Het ‘goede nieuws’ is dat ze ook kunnen zien dat ik de dip al voorbij ben en al nieuwe WBC aan het aanmaken ben. Ik trek grote ogen : dat betekent dus dat ik het afgelopen weekend nog lager zat en dus geflirt heb met de nulgrens!? SHIT! De eerste beste banale microbe die ik tegen het lijf loop/gelopen ben kan me dus mijn kop kosten!

De assistent vraagt wat zorgelijk of ik iets voel. Nee, ik voel niks.

Ik moet preventief antibiotica nemen, voor het geval dat… en er wordt me stevig op het hart gedrukt dat ik, bij het minste dat ik voel, ook als ik twijfel en ook als het midden in de nacht is, on-mid-del-lijk moet binnenkomen. Slik. Probeer nog maar eens niks te voelen na zo’n boodschap.

Ik vraag wat ik zelf kan doen om deze toestand te verhelpen. Het antwoord laat niets aan de verbeelding over : ABSOLUUT NIKS. Wachten tot het beter wordt. Heel frustrerend voor iemand die gewoon is actie te nemen bij elk probleem dat ze tegenkomt. Zo fatalistisch.

I’m a sitting duck.

 

Ik rijd toch maar naar zee, zoals voorzien. Vandaag maak ik mezelf met veel plezier wijs dat  er in de zeelucht minder microben zitten. De rit geeft me de tijd het griezelige nieuws te verwerken. Ik denk na over de voorzorgen die ik moet nemen :

-          niet meer kussen

-          drukke plaatsen vermijden

-          geen handjes schudden (‘Sorry, ik geef geen handen meer’ als enige antwoord op een uitgestoken hand die dan zo lullig in de lucht blijft hangen?!)

-          nog vaker mijn handen wassen

-          checken of er zeker niemand ziek is in het gezelschap vooraleer je een uitnodiging aanneemt, en alsnog opstappen als dat uiteindelijk wel zo blijkt te zijn

-          iemand anders publieke deuren voor mij laten openen (vieze deurklinken…)

-          niet meer inademen… nee, geen goeie

-          een strikt persoonlijk bekertje om mijn tanden te poetsen

Ik had er niet eerder bij stilgestaan dat ‘jezelf beschermen tegen infecties’ eigenlijk inhoudt dat je zo ongeveer een asociaal mens moet worden…

 

Maar vandaag is het inmiddels woensdag en dat betekent dat ik een nieuwe, extra bloedcontrole gehad heb. Ik ben gestegen naar 738!!! Helemaal alleen! Ik zit terug boven de gevarengrens.

Dank je, schitterend lijf van mij. Keep up the good work.

 

Cancer Chick

 

00:32 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

28-06-06

Eerste chemo (16-06-06)

Vrijdag de Port-a-cat laten plaatsen om de chemo toe te dienen. Een klein rond containertje met een flexibele catheter die tot aan het hart gaat. Het plaatsen op zich is niet echt pijnlijk, onder plaatselijke verdoving, maar eens de verdoving uitgewerkt is blijkt het een venijnig ding. Ik krijg mijn linkerarm nauwelijks nog omhoog, het lijkt alsof ze behoorlijk hebben zitten koteren onder mijn sleutelbeen. Dat is ook zo natuurlijk, het viel me wel op tijdens de operatie dat de chirurg een paar keer met z'n volle gewicht op mijn schouder ging hangen om dat ding erin geduwd te krijgen.
Als ik daarna het resultaat zie, mezelf met zo'n catheter die uit m'n schouder hangt, voel ik me precies een afgedankte stofzuiger waar ze een nieuw hulpstuk aangezet hebben. Of een oude occasie waar ze een nieuw injectiesysteem in plaatsen? Whatever. 
 
Maandag, de pijn van de Port-a-cat is stelselmatig verbeterd. Vandaag eerste chemo, 't is mooi weer, ik ga met de fiets. Katrien pikt me nadien op met de auto. Er is nog een andere vrouw die wacht op haar zoveelste kuur. Ze vertelt dat ze elke keer 10 dagen (!) ziek was, vooral van het 'rode zakje'. Dat rode zakje, de Antracyclines, die krijg ik ook. Er zijn milde en harde chemo's. Antracyclines zijn het harde spul, het zware geschut, met navenante nevenwerkingen. Maar de resultaten voor de prognose zijn ook beter. Dus moet het maar.
Vier zakjes gaan erin vandaag : eentje fysiologisch water om de leidingen te spoelen, eentje tegen de misselijkheid, eentje met Cyclofosfamide (een derivaat van mosterdgas : ook smakelijk !) en 5 FU, en het beruchte rode zakje met Epirubisine. Tijdens het leeglopen van dat laatste zakje moet ik ijsblokjes eten, omdat anders de kans groot is dat er aftjes in mijn mond verschijnen. Over alle bijwerkingen van deze giftige cocktail gaan we 't niet hebben, daar wordt een mens niet vrolijker van. Het is een bijna eindeloze lijst van banale maar vervelende kwaaltjes tot zeer ernstige gezondheidsproblemen. Op een half uurtje is de klus geklaard en mag ik naar huis.
Ik voel niks, ben alleen een beetje dizzy (van het mosterdgas zeker :-)?), heb zelfs honger. Ik hoop dat ik één van de gelukkigen ben die niet veel last heeft. Ik heb in ieder geval een hele batterij medicatie meegkregen, van poepsnoepjes over pillen tot mondwater.
Ik eet smakelijk 's avonds. Na het eten voel ik het wel opkomen : het gevoel dat je iets verkeerd gegeten hebt, misselijkheid. Dan maar even een wandelingetje met de hond. Die is trouwens blij dat ze even van haar jankende kroost verlost wordt. Het gaat beter. Ik ga slapen.
's Morgens, ik word wakker met een licht misselijk gevoel en doe snel een greep uit mijn pillenarsenaal, voor 't erger wordt. Het helpt snel. 
 
Dit valt allemaal best wel mee : ik voel me niet bepaald super maar zeker niet erg ziek. Ben gewoon wat 'onpasselijk'. Meer niet.
Ik kan me wel met de beste wil van de wereld niets bedenken waar ik zin in heb als ontbijt. Eten : bweurk. Ik giet een paar Actimellekes naar binnen, dat gaat wel.
Ik ga iets DOEN vandaag, wil geen tijd hebben om na te denken over wat ik voel in mijn lijf.
 
Cancer Chick

18:00 Gepost door Cancer Chick | Permalink | Commentaren (11) | Tags: kanker, borstkanker, cancer |  Facebook |